Edwin Kroon AA/RB

  • Accountant en Register Belastingadviseur

"Voor zeer persoonlijke dienstverlening aan zelfstandige ondernemers, vrije beroepsbeoefenaren, verenigingen, stichtingen en particulieren."

SRA-NIEUWSBRIEF 1e KWARTAAL 2010

1. Profiteer van investeringsaftrek in 2010 Ondernemer

Investeert u in 2010 voor meer dan € 2.200 in bedrijfsmiddelen, maak dan gebruik van de investeringsaftrek. Dit is een extra aftrekpost ter grootte van een deel van het investeringsbedrag.

Drie soorten investeringsaftrek
De investeringsaftrek bestaat uit drie onderdelen:

  • De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Bedoeld voor investeringen in nieuwe of gebruikte bedrijfsmiddelen. De KIA is in 2010 fors uitgebreid.
  • De energie-investeringsaftrek (EIA). Investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen die vermeld staan op de zogenoemde Energielijst van de Belastingdienst. Zie:www.senternovem.nl/eia/energielijst/.
  • De milieu-investeringsaftrek (MIA). Investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen die vermeld staan op de zogenoemde Milieulijst MIA/VAMIL van de Belastingdienst. www.senternovem.nl/vamil_mia/milieulijst/

U kunt voor dezelfde investering geen energie-investeringsaftrek én milieu-investeringsaftrek tegelijk krijgen. Een combinatie met de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek mag wel.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
De kleinschaligheidsaftrek is vanaf 2010 ruimer. De KIA geldt voor de eenmanszaak, BV, VOF en CV. Het aftrekpercentage is gerelateerd aan de totale investeringen in een jaar. Het hoogste percentage is verhoogd naar 28%. De ondernemer kan van de KIA profiteren met investeringen tot € 300.000. Nieuw is ook dat zeer zuinige personenauto’s, waaronder elektrische auto’s, met ingang van 1 januari 2010 in aanmerking komen voor de KIA.

De investeringsaftrek geldt overigens niet voor alle investeringen. Vraag uw SRA-Adviseur naar de beperkingen en mogelijkheden. Verkoopt u de investering weer binnen vijf jaar dan kan het zo zijn dat u de aftrek deels moet terugbetalen. Dit heet desinvesteringsbijtelling.

Energie-investeringsaftrek
Ondernemers die investeren in energiezuinige technieken kunnen belastingvoordeel behalen met de EIA. Van deze bedrijfsmiddelen is 44% extra aftrekbaar van de winst wanneer het bedrag aan energie-investeringen minimaal € 2.200 is. Uiteraard moet het bedrijfsmiddel op de Energielijst staan en is het nog niet eerder gebruikt.

Let op!
De kosten van een energie-advies komen ook voor aftrek in aanmerking.

In 2010 is het voor ondernemers aantrekkelijk om in energiebesparing van hun bedrijfsgebouwen te investeren. Hier vallen bijvoorbeeld diverse installaties voor verlichting onder. Ook klimaatbesparingssystemen en warmte-terugwinningsinstallaties staan op de Energielijst.

Milieu-investeringsaftrek
Ondernemers kunnen in 2010 weer fiscaal voordelig investeren in milieuvriendelijke technieken als zij gebruik maken van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen (Vamil). Het bedrijfsmiddel moet op de milieulijst staan en voor de MIA geldt bovendien dat het bedrag aan milieu-investeringen minimaal € 2.200 bedraagt. De aftrek kan hier oplopen tot 40% van het investeringsbedrag.

Met de Vamil kunt u een investering op een willekeurig moment afschrijven. Door een snellere afschrijving behaalt u rente- en liquiditeitsvoordeel. In verliessituaties kan het uitstellen van afschrijving juist gunstig zijn.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

2. Denk aan aftrek levensonderhoud voor kinderen

Draagt u bij aan kosten voor bijvoorbeeld voeding en kleding van kinderen die jonger zijn dan dertig jaar? Dit kan u een aftrekpost bij de fiscus opleveren. Om hiervan te profiteren mag u als ouder geen kinderbijslag ontvangen en mag het kind geen eigen inkomen hebben, zoals studiefinanciering. Bovendien moet u op kwartaalbasis minimaal € 408 in de kosten bijdragen.

Wie komen in aanmerking?
In aanmerking komen bijvoorbeeld gescheiden ouders die kinderen hebben onder de 18 jaar of ouders van kinderen boven de 18 jaar die studeren en geen studiefinanciering hebben. De aftrek is mogelijk wanneer uw kind aan het begin van een kwartaal jonger is dan 30 jaar

  • in dat kwartaal niet zelf kon voorzien in zijn levensonderhoud en;geen studiefinanciering, tegemoetkoming in de studiekosten of een vergelijkbare (buitenlandse) regeling kreeg.
  • niemand in uw huishouden in dat kwartaal kinderbijslag of een vergelijkbare buitenlandse uitkering voor dit kind kreeg;
  • uw uitgaven voor levensonderhoud in dat kwartaal minimaal € 408 per kind waren.

Wat is aftrekbaar?
Als u aan het begin van een kwartaal aan al deze voorwaarden voldoet, dan mag u van de uitgaven voor levensonderhoud een vast bedrag aftrekken. Het bedrag dat afgetrokken mag worden is minimaal € 290 (2010: € 295) en maximaal € 1.050 (2010: € 1.065) per kind per kwartaal. Hoe hoog het vaste aftrekbedrag is, hangt af van de leeftijd van uw kind en uw uitgaven voor levensonderhoud.

Uitgaven voor levensonderhoud
Dit zijn bijvoorbeeld uitgaven voor kleding, voeding, huur, kost en inwoning, verzekering, contributies, schoolgeld en sobere inrichtingskosten. Ook aftrekbaar zijn de kosten van kinderalimentatie en de kosten van het halen en brengen van het kind wanneer het naar u of de andere ouder gaat.

Ziektekosten zijn in de regel niet aftrekbaar omdat hier een aparte aftrekregeling voor bestaat. Sommige kosten, zoals een bril voor uw kind, kunnen toch onder levensonderhoud vallen omdat deze kosten vanaf 1 januari 2009 zijn uitgesloten van de aftrekregeling voor ziektekosten.

Tip!
Voor de uitgaven levensonderhoud geldt geen drempel voor aftrek! De vaste aftrekbedragen zijn steeds geheel aftrekbaar, als voldaan is aan bovenstaande voorwaarden.

Belastingdienst houdt u in de gaten
De Belastingdienst gaat dit jaar extra controleren op belastingaangiften waarin de aftrekpost voor uitgaven aan het levensonderhoud voor kinderen onder de 30 jaar wordt opgevoerd. De extra controle betekent dat de fiscus zeker wil weten of u wel recht hebt op deze aftrek en of u de berekening juist hebt uitgevoerd. Het is dan ook verstandig om bewijsstukken te bewaren waarmee u kunt aantonen te voorzien in het levensonderhoud van uw kind.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

3. Pand doorschuiven van privé naar de BV DGA

Veel directeur-grootaandeelhouders (dga's) verhuren een pand in privé aan hun BV. Is dat bij u het geval dan heeft u te maken met de terbeschikkingstellingsregeling. Dit betekent dat de huurinkomsten en de waardestijging van het pand bij u belast zijn in box 1. Daar staat tegenover dat de jaarlijkse kosten en de afschrijving op het pand in diezelfde box aftrekbaar zijn. Deze regeling is niet altijd aantrekkelijk, bijvoorbeeld vanwege de administratieve lasten. Om die reden geldt in 2010 een fiscale faciliteit. U kunt het pand doorschuiven naar de BV, zonder heffing van inkomstenbelasting en overdrachtsbelasting. Wat zijn de voorwaarden?

Doorschuiving van de boekwaarde
Het pand moet worden ingebracht in de BV, door middel van doorschuiving van de boekwaarde. De met het pand samenhangende schuld moet dus ook worden ingebracht in dezelfde BV. U heeft hiervoor de medewerking nodig van de financierder (uw bank).

Inbreng tegen uitreiking van aandelen
De inbreng moet in principe plaatsvinden tegen uitreiking van aandelen in de BV. Een beperkte creditering van € 2.500 is wel mogelijk. Ook een agiostorting is mogelijk en bent u enig aandeelhouder dan is de inbreng tegen uitreiking van aandelen niet vereist. Er kan dan worden volstaan met een informele kapitaalstorting. Voorwaarde is wel dat u de aandelen niet vervreemdt gedurende drie jaren na de inbreng. Deze voorwaarde geldt ook bij agiostorting.

Minimaal voor 90% aandeelhouder
Na de inbreng moet u direct of indirect voor tenminste 90% van het totaal geplaatste aandelenkapitaal aandeelhouder zijn van de BV. Deze voorwaarde kan problemen opleveren bij mede-eigendom. In sommige gevallen moet een nieuwe BV worden opgericht. Echtgenoten die in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd hoeven dat niet, mits het pand en de aandelen in dezelfde verhouding op naam van beiden staan.

Inbreng alleen in 2010
De inbreng moet plaatsvinden in 2010, dus vóór 1 januari 2011. Bovendien moet u samen met uw BV bij de Belastingdienst een verzoek indienen om de inbrengfaciliteit. Er is een inbrengbeschrijving nodig ondertekend door het bestuur van de BV en een verklaring van uw SRA-Accountant. Tot slot moet het pand worden getaxeerd.

Let op!
In de meeste gevallen is het verstandig om het pand met terugwerkende kracht in te brengen per 1 januari 2010. Zorg in dat geval tijdig voor een intentieverklaring/ voorovereenkomst.

Vrijstelling voor de overdrachtsbelasting
Voor de overdrachtsbelasting geldt als extra voorwaarde dat u het pand al vóór 1 september 2009 ter beschikking stelde. De inbrengvrijstelling wordt teruggenomen als het pand en/of de verkregen aandelen binnen drie jaar na de inbreng worden vervreemd.

Wel of niet inbrengen?
Deze vraag is niet met een simpel ja of nee te beantwoorden. Zo is vanaf dit jaar 12% van het resultaat uit een terbeschikkingstelling vrijgesteld van inkomstenbelasting. Ook mag u voortaan binnen de terbeschikkingstellingsregeling een herinvesterings-en kostenegalisatiereserve vormen. Aan de andere kant moet normaal gesproken bij beëindiging van de terbeschikkingstelling van het pand direct worden afgerekend en daarvoor zijn niet altijd de financiële middelen beschikbaar. Bovendien is de vrijstelling in de overdrachtsbelasting een aantrekkelijke reden om gebruik te maken van de eenmalige inbrengfaciliteit. Al deze afwegingen spelen een rol; onderzoek wat in uw situatie de beste optie is.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

4. Grensoverschrijdende prestaties: denk aan ICP-opgaaf!

Bent u als ondernemer grensoverschrijdend bezig dan heeft u een listing-verplichting. Dit houdt in dat u periodiek een apart formulier moet indienen bij de Belastingdienst, waarop de grensoverschrijdende diensten of leveringen aan andere ondernemers in de EU zijn vermeld.
Doet u dit niet, dan riskeert u een boete van maximaal € 4.537.

Eén opgaaf voor intracommunautaire prestaties
Ondernemers die goederen leveren aan een ander EU-land zijn al jaren bekend met de opgaaf intracommunautaire leveringen (ICL). Omdat voortaan ook dienstverleners met grensoverschrijdende diensten een opgaaf moeten doen is de ICL vervangen door de opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP). 

Grensoverschrijdende diensten
Met ingang van 1 januari 2010 is de plaats van dienst voor de omzetbelasting veranderd. In de meeste gevallen geeft de ondernemer die de diensten afneemt, de btw aan in eigen land. Dit betekent dat u als dienstverlener voortaan facturen zonder btw verstuurt aan uw buitenlandse afnemer (ondernemer).  Wel moet u op de factuur vermelden dat de btw is verlegd en heeft u het btw-identificatienummer van de afnemer nodig. Dit nummer moet u ook op de factuur vermelden en heeft u nodig voor de opgaaf ICP.

Termijnen voor opgaaf ICP
U moet periodiek de opgaaf ICP indienen. Dit kan via het beveiligde gedeelte van de internetsite van de Belastingdienst. Nadat u bent ingelogd, vindt u de opgaaf terug onder de overige formulieren. Ook uw SRA-Kantoor kan de opgaaf voor u verzorgen. In dat geval gaat de opgaaf via een zogenoemd BAPI-kanaal. Bij een onvolledige of onjuiste opgaaf ICP ontvangt u een mededeling waarin u wordt verzocht om de ontbrekende of onjuiste gegevens aan te vullen of te herstellen. Wanneer u opgaaf ICP moet doen hangt af van uw situatie:

Intracommunautaire diensten en leveringen Omzet intracommunautaire prestaties per kwartaal  Termijn ICP-opgaaf diensten n.v.t. Per maand, maar mag ook per kwartaal

Leveringen < € 100.000 Per kwartaal
 > € 100.000 Per maand

Heeft u in de tweede maand van het kwartaal de grens van € 100.000 aan intracommunautaire leveringen overschreden? Dan doet u eenmalig na twee maanden opgaaf en vervolgens maandelijks. Is deze omzet per jaar lager dan € 15.000, dan mag u onder voorwaarden de ICP-opgaaf per jaar doen.

Let op!
De opgaaf ICP is pas vanaf half april 2010 beschikbaar via het beveiligde internetgedeelte van de Belastingdienst. Dit betekent dat u op dit moment nog geen maandopgaaf ICP kunt doen. Over het eerste kwartaal van 2010 mag u daarom een kwartaalopgaaf doen, ook als u in die periode de grens van € 100.000 heeft overschreden. Wordt er via het BAPI-kanaal opgaaf ICP gedaan, dan is de maandopgaaf wel vereist.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

5. Man en vrouw in de onderneming? Let op de taakverdeling!

Als ondernemer heeft u recht op de ondernemersaftrek als u voldoet aan het urencriterium. Dit houdt in dat u minimaal 1225 uren besteedt aan de onderneming en voor meer dan 50% van uw totale arbeidstijd. Het urencriterium bepaalt of u recht heeft op de zelfstandigenaftrek. Bij een samenwerkingsverband tussen echtgenoten, bijvoorbeeld in een man/vrouw-firma, kunt u hiervan beiden profiteren. Maar let op, er zitten addertjes onder het gras!

Ongebruikelijk samenwerkingsverband
Sommige werkzaamheden tellen namelijk niet mee voor het urencriterium. Samenwerkingsverbanden van echtgenoten kunnen zo zijn ingericht dat ze ongebruikelijk zouden zijn voor niet-echtgenoten. Als er sprake is van zo'n ongebruikelijk samenwerkingsverband, kan dat betekenen dat één partner niet in aanmerking komt voor de zelfstandigenaftrek en andere ondernemersfaciliteiten. Of hiervan sprake is, hangt af van de werkzaamheden die de partners verrichten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'hoofdactiviteiten', 'niet-ondersteunende werkzaamheden' en 'overige werkzaamheden', die enigszins gelijk verdeeld moeten zijn.

Wanneer een partner bijvoorbeeld alleen administratief werk in een kwekerij doet, is dat niet voldoende. Man en vrouw moeten allebei gelijkwaardig bezig zijn met het bedrijf, allebei ondernemer zijn. Een man/vrouw-firma tussen bijvoorbeeld een tandarts en een tandarts-assistente wordt hiermee fiscaal gezien ongebruikelijk. De tandarts-assistente krijgt in dit voorbeeld niet de zelfstandigenaftrek.

Werkzaamheden

Waar moet u aan denken bij de juiste verdeling aan hoofdwerkzaamheden en ondersteunende activiteiten?

Tot de ondersteunende werkzaamheden behoren o.a.het voeren van de administratie, schoonmaakwerk-zaamheden en het oppakken van de telefoon. Bij hoofdactiviteiten moet u denken aan het maken van offertes, het aantrekken van werknemers en de communicatie met klanten en leveranciers.

Het is raadzaam de taakverdeling gelijk te verdelen en op papier te zetten. Daaruit moet blijken wie welke taken heeft binnen de firma. Bij een eventueel meningsverschil met de fiscus ligt de bewijsvoering bij de firma.

Voorbeeld
Dat de inspecteur en de rechter zwaar tillen aan goed bewijsmateriaal laat een zaak zien die onlangs diende voor het gerechtshof in Leeuwarden. Man, vrouw en zoon zijn met hun drieën in firmaverband eigenaar van een sloopbedrijf en groothandel in antieke bouwmaterialen. De vrouw, het ‘visitekaartje’ van het bedrijf, kon aan de rechter niet duidelijk maken dat zij voldoende uren aan de hoofdactiviteiten besteedde. Zij kon geen gespecificeerde urenadministratie overleggen maar slechts een eenvoudige opsomming van werkzaamheden.

Hoewel deze vrouw ongetwijfeld meer dan 1225 uur in het bedrijf stak, kreeg ze geen zelfstandigenaftrek!

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

6. Belastingdienst strenger met boetes.

De Belastingdienst heeft haar boetebeleid aangescherpt. De boete voor het niet of niet op tijd doen van de belastingaangifte is vanaf 1 januari 2010 fors omhoog gegaan. Ondernemer en particulier betalen voortaan bij dit verzuim tot maximaal € 4920 (was € 1134). Nieuw is dat de Belastingdienst voortaan ook een boete kan opleggen als er ten onrechte geen bijtelling heeft plaatsgevonden voor het privégebruik van de auto van de zaak.

Te laat indienen van de aangifte inkomsten- en vennootschapsbelasting
Als het de eerste keer is dat een ondernemer niet of niet op tijd aangifte vennootschapsbelasting doet, is de fiscus de helft milder: € 2.460 (was € 567). Toch nog altijd een fors bedrag. Bij de inkomstenbelasting blijft de Belastingdienst voor vroege overtreders hetzelfde beleid voeren: bij de eerste keer een boete van € 226. De tweede keer bedraagt de boete € 984.

Voortaan worden deze boetes elke vijf jaar aangepast aan de inflatie.

Let op!
Ook als u de verschuldigde belasting niet of niet op tijd betaalt kan de Belastingdienst een boete opleggen.

Het ministerie van Financiën heeft voor speciale groepen belastingplichtigen waaronder de automobilisten en zwartspaarders aparte boetebedragen of –percentages vastgesteld.

Geen pardon voor zwartspaarders
Met ingang van 1 juli 2009 is de boete voor het niet aangeven van bezittingen in box 3, zoals spaargeld of huizen in het buitenland, verhoogd tot maximaal 300 procent van de verschuldigde belasting. Dit is een zogeheten vergrijpboete, omdat de belastingplichtige opzettelijk een te lage aangifte doet.

Belastingplichtigen die gebruik maken van de zogenoemde inkeerregeling, waarbij vrijwillig het zwart vermogen wordt aangegeven, konden tot 1 januari 2010 een boete vermijden. Maar sinds die datum kan een boete van 15 procent (van de verschuldigde belasting) worden opgelegd. Een belastingplichtige heeft nog slechts twee jaar de tijd om zonder boete openheid van zaken te geven na het doen van een te lage aangifte inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting of erf- en schenkbelasting.

Boete bij niet aangeven van de bijtelling privégebruik auto van de zaak
Als er ten onrechte geen bijtelling heeft plaatsgevonden voor het privégebruik auto van de
zaak kan een boete van maximaal € 4.920 worden opgelegd. Daarnaast is er de mogelijkheid tot een nog hogere boete bij ontduiken van grote bedragen door bijvoorbeeld het vervalsen van een rittenadministratie.

Tot slot
Heeft de Belastingdienst u een boete opgelegd, neem dan zo snel mogelijk contact op met uw SRA-Adviseur. Hij of zij kan beoordelen of de boete niet te hoog is en zo nodig bezwaar maken.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

 7. Fiscaal vriendelijk aandelen schenken DGA

Wanneer u aandelen in uw BV schenkt, dan moest u in het verleden 25% inkomstenbelasting (box 2) betalen over de waarde van de aandelen verminderd met de verkrijgingsprijs. Vanaf 2010 is in de inkomstenbelasting een doorschuiffaciliteit opgenomen. De verschuldigde inkomstenbelasting hoeft niet direct te worden afgerekend, maar de claim mag onder voorwaarden worden doorgeschoven naar de verkrijger van de aandelen.

Wat zijn de voorwaarden?
Het doorschuiven van de claim kan alleen als de BV waarin de aandelen worden verkregen een materiële onderneming drijft. In de onderneming moeten daadwerkelijk bedrijfsactiviteiten plaatsvinden in plaats van alleen maar vermogensbeheer. Wel mag het in de onderneming aanwezige beleggingsvermogen meegenomen worden tot een maximum van 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen.

Let op!
De doorschuiffaciliteit bestaat al langer bij vererving van aandelen. Vanaf 2010 wordt ook hier de eis gesteld dat de BV een materiële onderneming moet drijven.

Aanvullende eisen aan de verkrijger
De verkrijger moet een binnenlandse particulier zijn. Daarnaast geldt de eis dat de verkrijger al drie jaar voor de schenking bij de BV in dienstbetrekking is of al drie jaar statutair bestuurder van de BV. Onder voorwaarden kan ook gebruik worden gemaakt van de doorschuiffaciliteit als de verkrijger in dienstbetrekking is bij de werk-BV en de aandelen in de holding worden geschonken.

Vereenvoudigd voorbeeld doorschuiffaciliteit
Stel, vader heeft een BV en wil zijn aanmerkelijk belangaandelen schenken aan zijn zoon. De verkrijgingsprijs van de aandelen was € 18.000 en de aandelen zijn op dit moment € 80.000 waard. Van dit bedrag heeft € 60.000 betrekking op de materiële onderneming en € 20.000 op het beleggingsvermogen.

De doorschuiffaciliteit mag nu worden toegepast op € 63.000. Dit bedrag is opgebouwd uit € 60.000 wat betrekking heeft op de materiële onderneming en 5% van € 60.000, oftewel € 3.000. Er is namelijk beleggingsvermogen aanwezig en daarom mag hiervoor 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen worden meegenomen. Vader zou dus moeten afrekenen over € 17.000 (€ 80.000 waarde van de aandelen - € 63.000). Omdat hier de verkrijgingsprijs van € 18.000 op in mindering mag worden gebracht, hoeft vader dus niet af te rekenen in box 2.  

De doorschuiffaciliteit in combinatie met doorschuiven tbs-pand naar de BV
In deze nieuwsbrief vindt u ook een artikel over het doorschuiven van een terbeschikking gesteld pand naar de BV. Maakt u van deze mogelijkheid gebruik dan valt dit pand in het ondernemingsvermogen van de BV. De doorschuiffaciliteit bij schenking van de aandelen ziet dan ook op de waarde van het pand. U moet het pand dan wel hebben ingebracht in een materiële onderneming. Heeft u het pand ingebracht in een nieuw opgerichte BV waarin verder geen activiteiten plaatsvinden, dan kunt u geen gebruik maken van de doorschuiffaciliteit.

Verzoek aan de Belastingdienst
Wilt u gebruik maken van de doorschuiffaciliteit, dan moet u samen met de verkrijger een schriftelijk verzoek indienen bij de Belastingdienst.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

8. Fiscale actualiteiten eigen woning.

Als eigenwoningbezitter wilt u natuurlijk op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen rondom de eigen woning. In 2010 is een aantal fiscale regels gewijzigd. Hoog tijd voor een update!

Eigenwoningforfait hoger voor dure woningen
Eigenwoningbezitters moeten het eigenwoningforfait bij hun inkomen tellen. Daar staat tegenover dat u bepaalde kosten, zoals de hypotheekrente, in aftrek kunt brengen. Het eigenwoningforfait is een percentage van de woz-waarde. Ligt deze tussen de € 75.000 en € 1.010.000, dan is het percentage 0,55%. Is de woz-waarde hoger, dan is het eigenwoningforfait € 5.555 + 0,80% van de woz-waarde boven € 1.010.000.

Hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur
Door de economische crisis is het nog steeds moeilijk om een huis te verkopen. Steeds meer huiseigenaren besluiten dan ook om hun oude woning te gaan verhuren. De woning verhuist inclusief eigenwoningschuld naar box 3 en u heeft voor deze woning geen recht meer op hypotheekrenteaftrek. Speciaal voor deze situatie is nu een tegemoetkoming geregeld. Als de woning na de verhuurperiode opnieuw leegstaat, dan is weer hypotheekrenteaftrek voor deze woning mogelijk. De hypotheekrente kan nog worden afgetrokken tot maximaal twee jaar na het kalenderjaar waarin u zelf de woning heeft verlaten. De tegemoetkoming geldt ook in situaties waarin de verhuur al vóór 1 januari 2010 is aangevangen.

Woz-waarde steeds belangrijker
Zowel bij de bepaling van het eigenwoningforfait, als voor de waardering van woningen in box 3, is de woz-waarde bindend. Deze waarde wordt dus steeds belangrijker. Binnen acht weken na aanvang van het jaar, ontvangt u van de gemeente de woz-beschikking. Vaak is deze verwerkt in het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen. Bent u het niet eens met de vastgestelde waarde, maak dan tijdig (binnen zes weken) bezwaar.

Let op!
In de meeste gevallen is bezwaar pas aantrekkelijk als de werkelijke waarde ten minste € 10.000 lager is.

Bijleenregeling eigen woning in 2010 eenvoudiger
Door de bijleenregeling bent u verplicht om de overwaarde die u behaald bij de verkoop van uw woning te gebruiken voor u nieuw aangekochte woning. De bijleenregeling is nu op drie punten vereenvoudigd.

  • De termijn voor de eigenwoningreserve is van vijf jaar naar drie jaar gegaan. De bijleenregeling is hierdoor minder vaak van toepassing. 
  • De goedkoperwonenregeling is afgeschaft. 
  • De renteaftrek voor meegefinancierde kosten wordt uitgebreid. Ook doorstromers op de woningmarkt mogen voortaan de rente over meegefinancierde kosten (bijvoorbeeld afsluitprovisie, notaris- en taxatiekosten) aftrekken.

De winterschilder mag weer komen
Het schilderen, stukadoren en aanbrengen van behang aan woningen van twee jaar of ouder, vallen sinds 15 september 2009 onder het verlaagde btw-tarief van 6%. Het lage tarief geldt ook bij het laten aanbrengen van isolatiemateriaal aan dak, muur en vloeren van woningen ouder dan twee jaar. Vanaf 2010 valt ook het schoonmaakwerk in de woning onder het verlaagde tarief.

Let op!
Voor schoonmaakwerkzaamheden aan de buitenkant van woningen, zoals gevelreiniging en glazenwassen, en voor specifieke schoonmaakdiensten binnen woningen zoals schoorsteenvegen en CV-reiniging, geldt het algemene btw-tarief van 19%. 

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Tips nieuwsbrief 1e kwartaal 2010

1. Maximaal drie maanden heffingsrente.
Het percentage heffingsrente en invorderingsrente is voor het eerste kwartaal 2010 vastgesteld op 2,50%. Over de door de Belastingdienst in rekening te brengen heffingsrente, heeft de Hoge Raad in september 2009 een belangrijke uitspraak gedaan. Door deze uitspraak mag de Belastingdienst u voortaan niet méér dan drie maanden heffingsrente in rekening brengen als u een (voorlopige) aanslag moet betalen.

2. Dwangsom als de Belastingdienst te laat beslist.
Als u een aanvraag of een bezwaar tegen een aanslag bij de Belastingdienst indient, dan moet u binnen de wettelijke termijn een beslissing ontvangen. Gebeurt dit niet, dan kunt u de Belastingdienst in gebreke stellen en een dwangsom eisen. Op de site van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl) kunt u het formulier “Dwangsom bij niet tijdig beslissen” downloaden. Met dit formulier verzoekt u de Belastingdienst om alsnog binnen 2 weken een beslissing te nemen en geeft u aan dat u een dwangsom eist, als u niet binnen deze termijn een beslissing ontvangt. De dwangsom kan oplopen tot maximaal € 1.260.

3. Deeltijd-WW verlengd tot 1 april 2010
De deeltijd-WW wordt verlengd tot 1 april 2010, maar de regeling stopt eerder als het beschikbare geld op is. Dat heeft minister Donner van Sociale Zaken bekend gemaakt. Met behulp van de deeltijd-WW krijgen gezonde bedrijven, die tijdelijk minder werk hebben, de mogelijkheid om hun vakkrachten te behouden. Wilt u meer weten over de regeling, kijk dan eens op de site van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (www. minszw.nl).

4. Btw-privégebruik auto: maak tijdig bezwaar.
Rijdt u of uw personeel in een auto van de zaak, dan heeft u in de laatste btw-aangifte van het jaar een correctie voor het privégebruik moeten opgeven. In de meeste gevallen bedraagt de correctie 12% x 25% x cataloguswaarde van de auto. In 2008 heeft de Hoge Raad aan het Europese Hof van Justitie gevraagd of Nederland de correctie op deze manier wel mag toepassen. Tot nu toe is hier nog geen duidelijkheid over. Om uw rechten te behouden, is het daarom verstandig om tijdig bezwaar te maken.

5. Dienstenloket van start op Antwoord voor bedrijven
De centrale ondernemerssite van de overheid, Antwoord voor Bedrijven (www.antwoordvoorbedrijven.nl), heeft het Dienstenloket geopend. Het Dienstenloket maakt het voor ondernemers mogelijk om via de zogeheten Berichtenbox vragen te stellen en vergunningen aan te vragen in Nederland en andere Europese lidstaten.

Het dienstenloket is een gevolg van de Europese Dienstenrichtlijn. Doel van deze richtlijn is dat dienstverleners gemakkelijk overal in de EU aan de slag kunnen. De richtlijn neemt belemmeringen zoals regelgeving, administratieve lasten en hoge kosten, weg of vermindert ze. Alle lidstaten zijn tevens verplicht een elektronisch loket in te richten waar dienstverleners informatie vinden en procedures af kunnen wikkelen die nodig zijn om in een land aan de slag te kunnen. Nederland is het eerste land in de EU wat een dergelijk loket heeft ingericht.

6. Pensioen-BV mag ook in EU-lidstaat gevestigd zijn
Als directeur-grootaandeelhouder heeft u de mogelijkheid om uw pensioen ‘in eigen beheer’ uit te voeren, dat wil zeggen in uw eigen BV of in een aparte pensioen-BV. Aan ‘eigen beheer’ worden wel een aantal voorwaarden gesteld. Wilt u weten welke dit zijn, neem dan contact op met uw SRA-Adviseur. Vanaf 2010 mag een pensioen-BV ook zijn gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, of in een bij ministeriële regeling aangewezen andere staat binnen de Europese Economische Ruimte.

7. Vrijstelling overdrachtsbelasting monumenten vervallen.
De vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de verkrijging van rijksmonumenten die vanaf 1 mei 2009 ook voor particulieren gold (en daarvoor alleen voor rechtspersonen), is per 1 januari 2010 vervallen. Zowel particulieren als rechtspersonen betalen dus per 1 januari 2010 overdrachtsbelasting bij de verkrijging van monumentaal pand. De vrijstelling zal worden vervangen door een gerichte subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

8. Wajong-adviesvouchers voor mkb-bedrijven
Mkb-bedrijven kunnen vanaf 15 februari 2010 een Wajong-adviesvoucher aanvragen. Een re-integratiebedrijf kan met de voucher voor een werkgever onderzoeken of er mogelijkheden zijn een jongehandicapte een baan bij een reguliere werkgever aan te bieden. Het ministerie van Sociale Zaken vergoedt de kosten van het onderzoek tot een maximum van € 2.500. Bedrijven kunnen de voucher aanvragen bij SenterNovem (www.nlinnovatie.nl/wajong-vouchers). Er zijn tot 14 februari 2011 duizend adviesvouchers beschikbaar.
 
9. Aftrek alimentatieverplichtingen aan banden.
Staatssecretaris De Jager heeft de dubbele aftrek van alimentatieverplichtingen en periodieke giften gerepareerd. Vanaf 30 december 2009 is het niet meer mogelijk om de toekomstige alimentatieverplichting en de verplichting tot een periodieke gift als schuld in box 3 op te nemen. Deze verplichtingen kunnen nog wel als een box 3-schuld op waardepeildatum 1 januari 2009 worden opgevoerd, maar niet meer op waardepeildatum 31 december 2009. Uiteraard mag u de door u betaalde partneralimentatie wel als persoonsgebonden aftrekpost in aanmerking blijven nemen en ook de jaarlijkse gift blijft aftrekbaar in box 1.

10. Check uw brandstofverbruik en cataloguswaarde
De Rijksdienst voor het Wegverkeer (www.rdw.nl) heeft haar online-service uitgebreid. Vanaf januari 2010  treft u, als u het kenteken van de auto ingeeft, naast de technische en milieugegevens van het voertuig, voortaan ook de catalogusprijs. Het gaat alleen om voertuigen die vanaf 1 januari 2010 voor het eerst op naam zijn gezet. Voor oudere auto's moet u, voor de cataloguswaarde, nog steeds uitgaan van de historische prijslijsten van de officiële importeurs.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer heeft ook het brandstofverbruiksboekje 2010 gepubliceerd. In het boekje staat het verbruik en de CO2-uitstoot van vrijwel alle nieuwe auto's op een rij. Het boekje kan u, als koper, helpen bij de keuze voor een nieuwe, zuinige en milieuvriendelijke auto en is gratis te downloaden.

11. Kleinebanenregeling voor jonge werkloze
Met de kleinebanenregeling, doet de regering een poging om jeugdwerkloosheid te bestrijden. De regeling houdt in dat voor een werknemer jonger dan 23 jaar met een kleine baan, geen premies werknemersverzekeringen hoeven te worden betaald. Ook wordt voor die werknemer de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet op nul gezet. U hoeft als werkgever dan ook  geen vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage te geven. U moet wél gewoon loonheffing inhouden.

Van een kleine baan is sprake als het loon voor een 22-jarige niet meer bedraagt dan maximaal € 600 per maand. Voor lagere leeftijden gelden lagere bedragen. De regeling geldt (voorlopig) voor één jaar, dus tot 1 januari 2011.

12. Studerende werknemers de moeite waard
De afdrachtvermindering onderwijs is bedoeld om onderwijs te stimuleren. Deze afdrachtvermindering is in 2010 uitgebreid met de afdrachtvermindering onderwijs voor opleiding tot startkwalificatieniveau. Bovendien is er met ingang van 1 januari 2010 een nieuwe afdrachtvermindering onderwijs: de afdrachtvermindering voor verhoging van het opleidingsniveau van de werknemer. Deze afdrachtvermindering bedraagt € 500 per werknemer, geldt voor één jaar, voor opleidingen die in 2010 zijn gestart.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Nieuwsbrieven | Tips & Adviezen

Nieuwsbrieven van uw SRA - Kantoor

Archief

Krijg het laatste nieuws direct in uw inbox!

Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze site de uiterste zorg is nagestreefd, wordt iedere aansprakelijkheid uitgesloten voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op of via deze site (links) beschikbaar is.

Although at composing the contents of this site the extreme care has been pursued, every liability is excluded for inadequacies, incompletions and possible impact of acting on the basis of information which is on or by means of this site (links) available.

Terug naar boven