Edwin Kroon AA/RB

  • Accountant en Register Belastingadviseur
SRA gecertificeerd

"Voor zeer persoonlijke dienstverlening aan zelfstandige ondernemers, vrije beroepsbeoefenaren, verenigingen, stichtingen en particulieren."

Nieuwsbrief - 2e kwartaal 2008

1. DGA en terbeschikkingstellingsregeling: zorg voor goede administratie

Stel; u verhuurt een privépand aan uw eigen BV. U krijgt dan te maken met de terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling). Op grond van deze regeling zijn de huurinkomsten bij u belast (tot maximaal 52%) in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Daar staat tegenover dat u de kosten die u maakt, zoals afschrijving, rente en onderhoud, van de opbrengst kunt aftrekken. De huur is bij uw BV aftrekbaar. Verkoopt u het pand in de toekomst, dan betaalt u in box 1 belasting over het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer en de boekwaarde van het pand. 

Eigen BV, kind of partner

De TBS-regeling geldt wanneer u vermogensbestanddelen ter beschikking stelt aan uw eigen BV, die van uw minderjarige kind, of de BV waarin uw partner een aanmerkelijk belang heeft. Bent u in gemeenschap van goederen gehuwd dan is het resultaat uit TBS bij beiden voor de helft belast.

Wanneer TBS-regeling

Naast de verhuur van een privépand geldt de regeling ook als u:

  • Een rekening-courantvordering op uw eigen BV hebt. De rente die u van uw BV ontvangt is bij u belast in box 1 en de BV kan de betaalde rente aftrekken. Is een rekening-courantvordering gedurende het gehele kalenderjaar minder dan € 17.500 dan hoeft u geen rente in box 1 op te geven. Als voorwaarde geldt dat de BV dan ook geen rentekosten in aftrek brengt. Let op: hebt u een rekening-courantschuld bij uw BV dan valt deze schuld voor u in box 3. Dit betekent dat u de betaalde rente niet kunt aftrekken.
  • Een overeenkomst van levensverzekering hebt afgesloten met uw BV.
  • Vruchtgebruik hebt op zaken die u aan de BV ter beschikking stelt.
  • Een koopoptie hebt op zaken die (door derden) aan de BV ter beschikking worden gesteld.
  • Borg staat voor schulden van de BV. Heeft uw BV geld nodig dan verlangt een bank vaak dat u borg staat voor de schuld van uw BV. U bent nu verplicht om aan uw BV een zakelijke borgstellingsvergoeding in rekening te brengen. Deze vergoeding is bij u belast in box 1 en bij de BV aftrekbaar. Stel dat de bank u op enig moment aanspreekt omdat de BV niet langer aan zijn verplichtingen kan voldoen, dan krijgt u een regresvordering op uw eigen BV. Een eventueel verlies op deze vordering is meestal in box 1 aftrekbaar.

Zakelijke vergoeding

Hebt u één van bovenstaande vermogensbestanddelen ter beschikking gesteld, maar u ontving hiervoor geen of een te lage vergoeding, dan bent u verplicht de inkomsten op te geven tegen de bedragen die u onder normale zakelijke omstandigheden zou hebben ontvangen.

Balans- en resultatenrekening verplicht

U moet een administratie bijhouden van alle opbrengsten en kosten die betrekking hebben op de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen. U bent dus ook jaarlijks verplicht om een eenvoudige balans- en een resultatenrekening op te stellen.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

2. Versoepeling successiewet voorkomt dreigend faillissement

De heer Jorritsma heeft al jaren een bloeiende onderneming. Dan slaat het noodlot toe. Hij raakt betrokken bij een auto-ongeluk en overlijdt. De erfgenamen zijn nu belasting verschuldigd over het vermogen dat de heer Jorritsma nalaat. Afgezien van een mogelijke vrijstelling, bedraagt het tarief aan successierechten tussen de 5 en 68 procent. Tot het vermogen van de heer Jorritsma behoort ook een onderneming. Doordat de erfgenamen ook hierover belasting moeten betalen, zou dit kunnen betekenen dat de continuïteit van de onderneming in gevaar komt. Om dit te voorkomen is in de successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) opgenomen.

Wat houdt de regeling in?

Erft u als erfgenaam een onderneming (of een zelfstandig gedeelte van een onderneming) dan kunt u een vrijstelling voor de heffing van successierecht krijgen over:

  • 75% van de waarde van het ondernemingsvermogen en;
  • het verschil tussen de liquidatiewaarde van de onderneming en de voortzettingswaarde.

De BOR is ook van toepassing als u een onderneming verkrijgt door middel van een schenking, of als u aandelen verkrijgt die bij de overledene of bij de schenker een aanmerkelijk belang vormden.

Voorwaarde: vijf jaar voortzetten

U hebt alleen recht op de vrijstelling als u de onderneming nog gedurende tenminste vijf jaar voortzet of de aandelen in de onderneming gedurende die periode in uw bezit houdt. Voor de schenker gelden nog de volgende aanvullende voorwaarden:

  • Voorafgaand aan de schenking moet hij/zij de onderneming zelf tenminste vijf jaar hebben gedreven.
  • Bij de schenking van aandelen moeten deze minimaal vijf jaar tot zijn aanmerkelijk belang hebben behoord.
  • Hij/ zij moet op het moment van schenking minimaal 55 jaar zijn of voor meer dan 45% arbeidsongeschikt.

Kwijtschelding na vijf jaar

Aangezien de vrijstelling pas na vijf jaar voortzetting definitief is, wordt er een zogenaamde conserverende aanslag opgelegd. Na deze periode wordt deze aanslag verminderd tot nihil en is de vrijstelling definitief. Voor het deel van het ondernemingsvermogen (of de waarde van de aandelen) dat niet wordt vrijgesteld, kunt u op verzoek uitstel van betaling van successie- of schenkingsrecht krijgen. U betaalt dan pas na tien jaar de verschuldigde belasting inclusief de invorderingsrente over die periode.

Tarieven verder omlaag

De Staatssecretaris van Financiën is van plan om de successiewet te vereenvoudigen en te moderniseren. In 2009 komt hij met een wetsvoorstel. Waarschijnlijk gaan in de toekomst de tarieven omlaag en wordt de bedrijfsopvolgingsregeling overzichtelijker en eenvoudiger. Mogelijk verdwijnt dan ook de conserverende aanslag.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

3. Hoe belangrijk is de waarde van uw woning?

Bent u eigenaar van een eigen woning dan moet u jaarlijks de WOZ-waarde hiervan aangeven in uw belastingaangifte. Dit is nodig om het eigenwoningforfait te bepalen; een bedrag dat wordt opgeteld bij uw box 1-inkomsten uit werk en woning. Is uw woning meer dan € 75.000 waard dan bedraagt het forfait 0,55% (2008) van die waarde. Op de WOZ-beschikking van uw gemeente staat deze waarde vermeld. Een lage WOZ-waarde is echter niet altijd in uw voordeel!

WOZ-beschikking

Binnen acht weken na aanvang van het jaar ontvangt u van de gemeente de nieuwe WOZ-beschikking. Vaak is deze verwerkt in het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen. De waardepeildatum, zoals die staat vermeld op de beschikking, is belangrijk. In de aangifte inkomstenbelasting 2007 moet u uitgaan van de WOZ-waarde met een waardepeildatum van 1 januari 2005. Vanaf 2008 wordt de waarde jaarlijks opnieuw vastgesteld. Een lage WOZ-waarde heeft positieve gevolgen voor het eigenwoningforfait en de hoogte van de gemeentelijke belastingen.

Bezwaar maken moeite waard?

Maakt u bezwaar, dan wordt de WOZ-waarde alleen aangepast als de door de gemeente opnieuw vastgestelde waarde een bepaalde marge overschrijdt. Bij woningen met een waarde tussen de € 200.000 en € 500.000 bedraagt het percentage 4%. Bovendien moet de waardewijziging meer bedragen dan € 10.000.

Voorbeeld: Uw woning heeft een WOZ-waarde van € 210.000. De waarde na uw bezwaar wordt vastgesteld op € 201.000. De afwijking is dus € 9.000, ofwel 4,3 procent. De WOZ-beschikking wordt echter niet aangepast omdat de afwijking minder bedraagt dan € 10.000.

Voordeel hogere waarde

Een hogere WOZ-waarde kan mogelijk zorgen voor lagere hypotheeklasten. Hebt u in het verleden een tophypotheek afgesloten dan betaalt u waarschijnlijk naast de vaste hypotheekrente een rente- of topopslag. Deze opslag is een vergoeding voor het risico dat een hypotheekverstrekker loopt bij hoge financieringen. Uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis blijkt dat een groot aantal hypotheekverstrekkers bereid is deze opslag te schrappen als de waarde van de woning voldoende is gestegen. U hebt dus wellicht recht op een lagere hypotheekrente. Informeer hiernaar bij uw bank of verzekeringsmaatschappij. Hebt u destijds een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie afgesloten dan betaalt u geen opslag. Bij een spaarhypotheek is een lagere rente niet altijd in uw voordeel. Tegenover een lagere rente betaalt u dan vaak een hogere spaarpremie.

Tot slot

Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft aangekondigd dat burgers vanaf volgend jaar de WOZ-waarde van hun eigen woning niet meer hoeven in te vullen op hun belastingaangifte. De Belastingdienst zal dan de waarde zelf noteren in de aangifte.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

4. Vaste kostenvergoedingen: voorkom ellende met Belastingdienst

Geeft u uw werknemers een vaste kostenvergoeding? Let op: de Belastingdienst kijkt hier kritisch naar. Is uw onderbouwing niet in orde, dan kunt u een naheffingsaanslag en zelfs een boete krijgen. De Belastingdienst kan hierbij zelfs vijf jaar teruggaan! Een regelmatige steekproef onder uw werknemers kan correcties en boetes voorkomen.

Vaste kostenvergoeding niet standaard belastingvrij

Als werkgever kunt u kosten die uw werknemers maken in de uitoefening van hun beroep vergoeden. Dit is niet altijd belastingvrij, aangezien sommige kostensoorten niet belastingvrij vergoed kunnen worden en andere slechts beperkt. De vergoeding is alleen belastingvrij als deze niet hoger is dan de gemaakte kosten.

Wat valt onder vergoeding?

Een vaste belastingvrije kostenvergoeding geeft u aan uw werknemer ter dekking van (kleinere) regelmatig voorkomende zakelijke kosten. U kunt daarbij denken aan representatiekosten, telefoon, internet, kleine consumpties, maar ook gereedschappen of werkkleding. Voordeel van een vaste kostenvergoeding is dat niet elk bonnetje wordt bijgehouden, terwijl de werknemer wel zijn kosten onbelast vergoed krijgt. De kostenvergoeding moet u onderbouwen. Dit wil zeggen dat er een lijst moet zijn van de kosten die worden vergoed en de hoogte van de vergoeding. U kunt de onderbouwing het beste direct maken bij het toekennen van de vergoeding. Het is fiscaal niet toegestaan om achteraf aan een verstrekte vaste kostenvergoeding een specificatie te geven.

Boterhammen of lunch buiten de deur

De kostenvergoeding is momenteel een ‘hot item’ bij belastingcontroles. Het is erg belangrijk dat u een vaste kostenvergoeding kunt onderbouwen met kostensoorten en bedragen. Belangrijke attentiepunten zijn bovendien:

  1. De kosten moeten ten laste van de werknemer komen (kosten die hij al kon declareren kunnen niet in de kostenvergoeding worden opgenomen).
  2. Bij het toekennen van een vaste kostenvergoeding moet u in principe rekening houden met werknemers die voor wat betreft kosten vergelijkbaar zijn. De vertegenwoordiger die altijd gesmeerde boterhammen eet is dus niet te vergelijken is met de vertegenwoordiger die drie keer per week uit gaat lunchen. De functie is daarbij niet relevant.

Check oude controlerapporten Belastingdienst en UWV

Kijk uw oude controlerapporten na. Zijn de afspraken met de Belastingdienst of het UWV nageleefd? Zijn daar ooit afspraken gemaakt de kosten te onderbouwen? Kom die na, anders gaat het bij het eerstvolgende onderzoek mis. Het kan ook goed mogelijk zijn dat ooit afspraken met de Belastingdienst of het UWV gemaakt zijn die inmiddels verouderd zijn door gewijzigde wetgeving. Ga dat ook na!

Niet verschuilen achter CAO

Als uw betaalde vergoeding is gerelateerd aan een CAO-vergoeding heeft dat niet automatisch tot gevolg dat de vergoeding belastingvrij is. Zo kreeg een aannemersbedrijf ‘de deksel op de neus’, omdat hij aan zijn werknemers volgens de geldende CAO een vaste kostenvergoeding gaf. Na een steekproef onder een aantal werknemers stelde de inspecteur vast dat de vergoeding bovenmatig was.

Elke vijf jaar kostenonderzoek

Zorg dat de onbelaste kostenvergoeding naar aard en veronderstelde omvang onderbouwd zijn. Het beste is om ongeveer elke vijf jaar een kostenonderzoek te doen en uw werknemers de kosten te laten bijhouden. U kunt er voor kiezen om een dergelijk onderzoek in overleg met de Belastingdienst te doen. Op die manier weet u zeker dat de verstrekte kostenvergoeding geaccepteerd zal worden.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

5. Hebt u ook recht op proceskostenvergoeding?

"De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken". Een ingewikkelde zin, om duidelijk te maken dat u verplicht kunt worden om de proceskosten te vergoeden aan de eiser. Of andersom natuurlijk, bijvoorbeeld als u in beroep gaat bij de rechtbank en in het gelijk gesteld wordt. Dit is vaak interessanter dan u denkt!

Bent u het niet eens met de uitspraak van de belastinginspecteur op uw bezwaarschrift, dan kunt u in beroep gaan bij de rechtbank. Dit doet u door tijdig (binnen zes weken) een beroepschrift in te dienen. U moet hierbij duidelijk verzoeken om een proceskostenvergoeding. Wordt u vervolgens door de rechter geheel of gedeeltelijk in het gelijk gesteld dan kan de rechter de Belastingdienst veroordelen tot het betalen van een kostenvergoeding.

Welke kosten worden vergoed?

Vergoed worden de kosten voor:

  • Professionele rechtsbijstand, bijvoorbeeld als u zich hebt laten bijstaan door uw belastingadviseur.
  • Een getuige, deskundige of tolk die u hebt meegebracht of opgeroepen. Hieronder valt ook een deskundige die een verslag heeft uitgebracht.
  • Reis- en verblijf.
  • Verlet: gemiste inkomsten wanneer u de zitting persoonlijk bijwoont.
  • Uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale faxberichten en telefoongesprekken.
  • Het gemachtigd optreden van een arts indien dit wettelijk is voorgeschreven.

De vergoeding is forfaitair bepaald. Dat wil zeggen dat er vaste bedragen voor staan en dat het dus niet uitmaakt of uw werkelijke kosten hoger of lager zijn.

Hoe wordt de vergoeding vastgesteld?

Kosten voor rechtsbijstand worden vastgesteld volgens een puntenstelsel. Per punt krijgt u een vast bedrag van € 322. Zo krijgt u bijvoorbeeld voor het indienen van een beroepschrift één punt en voor het bijwonen van de zitting ook één punt. Het totaal aantal punten wordt vervolgens vermenigvuldigd met een factor. Deze factor bepaalt het gewicht van de zaak. Bij een zeer licht belang is de factor 0,25 en bij een zeer zwaar belang is de factor 2.

Voor reiskosten wordt het tarief van het openbaar vervoer (tweede klasse) gehanteerd. Voor verletkosten bedraagt het tarief tussen de € 4,54 euro en € 53,09 per uur. De kosten voor uittreksels, telegrammen e.d. worden voor het werkelijke bedrag vergoed. Treedt een arts als een gemachtigde op dan worden deze kosten vastgesteld volgens het puntenstelsel. In dat geval wordt wel slechts de helft van het aantal punten meegenomen.

Stelt de rechter u slechts gedeeltelijk in het gelijk dan wordt de totale vergoeding lager.

Tot slot

Wordt u in het gelijk gesteld dan heeft u ook recht op een vergoeding van het griffierecht. Deze bedraagt voor natuurlijke personen € 39 en voor rechtspersonen € 285.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

6. 'Thin cap'- regeling beperkt renteaftrek op vreemd vermogen

Maakt uw BV onderdeel uit van een concern en is de BV voor een groot gedeelte gefinancierd met vreemd vermogen (schulden), dan krijgt u mogelijk te maken met de Thin-capitalisation maatregel. Deze maatregel is opgenomen in de Wet op de vennootschapsbelasting en beperkt de aftrek van rente als er sprake is van een ‘teveel’ aan vreemd vermogen. Behoort uw BV niet tot een groep, dan is de renteaftrekbeperking niet van toepassing. Hetzelfde geldt als uw BV behoort tot een fiscale eenheid. Wat houdt de maatregel in en wanneer krijgt u er wél mee te maken?

Thin capitalisation in het kort

Allereerst moet worden vastgesteld of uw BV deel uitmaakt van een groep. Volgens de wet is een groep ‘een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch met elkaar zijn verbonden’. Een voorbeeld ter verduidelijking:

De heer De Kort heeft 100 % van de aandelen in BV A. Deze BV heeft op haar beurt alle aandelen in BV B en 65 % van de aandelen in BV C. BV A heeft de centrale leiding in BV B en BV C. Alle drie de BV’s zijn nu met elkaar in één groep verbonden.

Behoort uw BV tot een groep dan wordt er vervolgens bepaald of er een teveel is aan vreemd vermogen. Dit gebeurt met behulp van een toets.

Vaste toets

Er is sprake van een teveel aan vreemd vermogen als het vreemd vermogen meer bedraagt dan driemaal het eigen vermogen. Er geldt een franchise van € 500.000. Bij de vaste toets wordt uitgegaan van de cijfers van de fiscale balans.

Voorbeeld: BV A heeft 90% van de aandelen in BV B. Op 1 januari 2007 verstrekt BV A aan BV B een lening van € 1.600.000 tegen een rente van 5 %.. BV B betaalt dus € 80.000 aan rente. Het gemiddeld fiscaal eigen vermogen bedraagt € 200.000 . De verhouding is 8:1 (1.600.000/200.000). Het teveel aan vreemd vermogen bij BV B bedraagt 1.600.000 – (3x200.000) – 500.000 (franchise) = € 500.000. De niet aftrekbare rente over 2007 bedraagt 500.000/1.600.000 x 80.000 (rente) = € 25.000.

De vaste toets is de standaardtoets. Uw BV kan echter ook kiezen voor de concerntoets indien dit gunstiger uitpakt.

Concerntoets

Bij de concerntoets wordt gekeken of de BV, in verhouding tot de groep waarvan de BV deel uitmaakt, gefinancierd is met teveel aan vreemd vermogen. Er wordt dus een vergelijking gemaakt tussen:

  • de ratio vreemd vermogen: eigen vermogen van uw BV
  • de ratio vreemd vermogen: eigen vermogen van de groep als geheel.
    Heeft uw BV een ratio van 6:1 maar de groep als geheel een ratio van 10:1, dan wordt de renteaftrek niet beperkt. Bij de concerntoets wordt uitgegaan van de cijfers van de commerciële balans.

Tot slot

U kunt ongemerkt aanlopen tegen een teveel aan vreemd vermogen. Heeft uw BV in een boekjaar bijvoorbeeld verlies geleden dan vermindert dit het eigen vermogen. Hierdoor verandert de verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen. Er zijn allerlei mogelijkheden om te voorkomen dat uw BV geconfronteerd wordt met de Thin-capitalisation maatregel. Uw adviseur kan u daarbij van dienst zijn. 

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

7. Sponsoring voetbalclub aftrekbaar

De jaarlijkse winst van een bedrijf wordt bepaald door het verschil tussen de opbrengsten en de kosten. De kosten die u zakelijk maakt kunnen echter een privé-element bevatten. Dit zijn de gemengde kosten. Alleen het zakelijk deel van deze kosten is aftrekbaar. In de wet wordt een aantal gemengde kosten genoemd waarvoor een aftrekbeperking geldt. Wat houdt deze beperking in en om welke kosten gaat het?

Beperkt aftrekbare algemene kosten

De volgende kosten zijn slechts aftrekbaar voor zover ze samen meer bedragen dan € 4.200:

  1. De kosten van voedsel, drank en genotmiddelen (bijvoorbeeld sigaretten). Zakenlunches- en diners zijn dus beperkt aftrekbaar. Bent u op zakenreis en overnacht u in een hotel, dan moet u de hotelrekening splitsen. De overnachting is volledig aftrekbaar, maar de maaltijd en de drank vallen onder de aftrekbeperking.
  2. De kosten van representatie, recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak. Relatiegeschenken vallen onder het begrip representatie. Reclamekosten en sponsorkosten echter niet. Sponsort u bijvoorbeeld uw favoriete voetbalclub dan is dit aftrekbaar. Mag u echter als tegenprestatie gebruik maken van twee business seats om de wedstrijden samen met een klant bij te wonen, dan wordt dit gezien als representatie. Voor de waarde van de business seats geldt een aftrekbeperking. 
     
  3. De kosten van congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke. Vakcursussen en bedrijfsopleidingen zijn wel volledig aftrekbaar. 

De hierboven genoemde kosten zijn inclusief de reis- en verblijfkosten. Hebt u personeel in dienst dan geldt de aftrekbeperking niet als de kosten bij uw werknemers als loon (in natura) worden belast. Bij een samenwerkingsverband zoals een vof geldt het niet-aftrekbare bedrag van € 4.200 voor iedere vennoot.

Besloten vennootschap

Ook een vennootschap, zoals een BV, krijgt te maken met de beperkte aftrekbaarheid van gemengde kosten. De drempel bedraagt 0,4 procent van het totale belastbare loon van alle werknemers (dus inclusief dga), met een minimum van € 4.200.

Keuzemogelijkheid

In plaats van de drempel van € 4.200 toe te passen kunt u ook kiezen om 73,5 procent van deze kosten af te trekken. Dit betekent dat 26,5 procent niet aftrekbaar is. Bedragen de gemengde kosten in het aangiftejaar minder dan € 15.850 dan kunt u beter kiezen voor het aftrekbare percentage. 

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

8. Verklaring Arbeidsrelatie succes?

In 2005 is de Wet uitbreiding rechtsgevolgen verklaring arbeidsrelatie (VAR) ingegaan. De wettelijke regeling die meer duidelijkheid moest scheppen over de arbeidsrelatie tussen zelfstandigen en hun opdrachtgevers, is volgens minister Donner een groot succes. Voor opdrachtgevers is een VAR van groot belang omdat anders onduidelijk is of sociale zekerheidspremies en loonbelasting betaald moet worden. Vaak gaat het echter mis omdat niet duidelijk is welke VAR-verklaringen er zijn. Met het risico op naheffingsaanslagen tot vijf jaar terug en een boete!

Verklaring Arbeidsrelatie (VAR)

Een VAR verschaft vooraf zekerheid over de kwalificatie van de arbeidsrelatie voor zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer. Op verzoek kan de Belastingdienst een van de vier onderstaande verklaringen afgeven aan de opdrachtnemer:

  • Winst uit onderneming (VAR WUO)
  • (VAR) Inkomsten uit dienstbetrekking
  • Resultaat uit overige werkzaamheden (VAR ROW)
  • Werkzaamheden voor rekening en risico van uw vennootschap (VAR DGA) 

VAR Inkomsten uit dienstbetrekking

Als de Belastingdienst een ‘VAR Inkomsten uit dienstbetrekking’ heeft afgegeven, bent u als opdrachtgever wél verplicht loonbelasting, premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen in te houden en af te dragen.

VAR WUO en VAR DGA

Indien de Belastingdienst een VAR winst uit onderneming (WUO) of VAR directeur-grootaandeelhouder (DGA) heeft afgegeven, hoeft u over de inkomsten van de opdrachtnemer géén loonbelasting, premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen af te dragen De opdrachtnemer is dan géén werknemer. Echter: een VAR DGA of WUO geldt alleen indien:

  • De feitelijke werkzaamheden overeenkomen met de werkzaamheden vermeld op de VAR
  • De werkzaamheden binnen de geldigheidsduur van de VAR worden verricht
  • U als opdrachtgever de kopieën van de VAR en een kopie van het identiteitsbewijs van de opdrachtnemer bewaart.

Bewaar altijd kopieën van de VAR en de aanverwante stukken in uw (loon)administratie!

En de VAR ROW?

Als de opdrachtnemer een VAR ROW van de Belastingdienst heeft ontvangen, kunt u daar géén rechten aan ontlenen. U moet zelf beoordelen of er sprake is een dienstbetrekking, en er daarom loonbelasting en premie volksverzekeringen moeten worden ingehouden. Houdt bij een VAR ROW altijd gewoon loonbelasting en premies in. Het risico dat de Belastingdienst en het UWV achteraf alsnog de arbeidsrelatie beoordelen als een dienstbetrekking is tenslotte aanwezig.

Loop ik risico?

Als u niet (juist) getoetst heeft of er sprake is van een dienstbetrekking, zal de Belastingdienst tot vijf jaar terug naheffingsaanslagen en boetes kunnen opleggen. Het deel belastingen en premies volksverzekeringen kunt u wel verhalen op de opdrachtnemer (als daar wat te halen is). Zelfs als het is afgesproken, is het verboden om achteraf premies werknemersverzekeringen te verhalen op de opdrachtnemer.

U moet zelf beoordelen of sprake is van een dienstbetrekking. Als u zaken doet met een eenmanszaak of -BV en er geen (juiste) VAR is, is het verstandig loonbelasting en premies in te houden en af te dragen. Of het nu een schilder betreft, een interim-manager of IT-er.

Eis een VAR van uw opdrachtnemer

Uit de evaluatie van de Staatssecretaris blijkt dat steeds meer mensen zelfstandig werken. Het belang van een juiste VAR neemt dus toe. Opdrachtgevers vinden een VAR belangrijk omdat die duidelijk maakt of zij premies en loonbelasting moeten afdragen en of de opdrachtnemer verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Het is dus belangrijk om als opdrachtgever van uw opdrachtnemer een VAR te eisen!

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

9. Tips nieuwsbrief 2e kwartaal 2008

1. Buitenlandse werknemer via gecertificeerd uitzendbureau
Met ingang van mei 2007 bestaat voor uitzendorganisaties de mogelijkheid zich te laten certificeren. Gecertificeerde uitzendorganisaties worden periodiek gecontroleerd. Voor de inlener biedt dit uiteraard een extra zekerheid, want er wordt gecontroleerd of alle belastingen en sociale zekerheidspremies tijdig betaald worden en de regels tegen illegale arbeid worden nageleefd. De kans dat de inlener wordt geconfronteerd met inlenersaansprakelijkheid is daardoor gering. Gecertificeerde uitzendbureaus hebben daarnaast als voordeel dat de buitenlandse werknemers sneller een sofinummer ontvangen. Zij hebben namelijk een eigen aanvraagprocedure.

2. Depotstelsel vervangt G-rekening
De staatssecretaris van Financiën heeft een wetvoorstel ingediend om het bestaande G-rekeningstelsel te vervangen voor een depotstelsel. In de toekomst kunnen onderaannemers en uitleners van personeel een depot aanhouden bij de Belastingdienst. Net als bij de huidige G-rekening kan een aannemer of inlener van personeel een gedeelte van de factuur storten in het depot, ter voorkoming van het risico dat niet voldoende loon- en omzetbelasting en sociale premies zijn afgedragen. Over het saldo op een depot ontvangt een onderaannemer of uitlener jaarlijks een rentevergoeding. Deze rentevergoeding zal vermoedelijk hoger zijn dan de vergoeding die geldt op een G-rekening.

3. Uitkering zwangere ondernemers
Vrouwelijke ondernemers krijgen in geval van zwangerschap recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering van zestien weken. Ook een zwangere meewerkende echtgenote komt in aanmerking voor de uitkering. De hoogte is maximaal het wettelijk minimumloon. De regeling treedt vermoedelijk op 1 juli 2008 in werking.

4. Directe controle aangifte Loonheffingen
Per 1 januari 2008 controleert de Belastingdienst direct bij het indienen van de aangifte of deze aan de gestelde eisen voldoet. Voorheen vond de controle door de Belastingdienst pas in een later stadium plaats en kreeg u slechts een ontvangstbevestiging. Er bleken uiteindelijk veel fouten in de werknemersgegevens te zitten. Nu worden eventuele fouten direct bij het indienen van de aangifte geconstateerd zodat u ze meteen kunt aanpassen. De juiste gegevens kunnen direct in de polisadministratie worden opgenomen. Bij het indienen van de aangifte wordt automatisch nagegaan of alle verplichte velden zijn ingevuld en of de gegevens voldoen aan de eisen. Bij geconstateerde fouten krijgt u een overzicht.

5. Alsnog korting voor ex-eigenrisicodragers WGA
Als u uw eigenrisicodrager WGA in 2007 heeft beëindigd, krijgt u dit jaar tóch de 0,09% korting over uw premieloonsom van 2007 terugbetaald! In eerste instantie zou u deze korting alleen krijgen als u ook in 2007 nog eigenrisicodrager was. Als eigenrisicodrager voor de WGA mocht u een deel van de in 2006 te veel betaalde basispremie WAO/WIA in 2007 verrekenen. Hiervoor mocht u in 2007 een korting van 0,09% op die basispremie toepassen. De voorwaarde hierbij was dat u ook in 2007 nog eigenrisicodrager voor de WGA was. In 2007 hebben blijkbaar veel eigenrisicodragers deze status beëindigd. Daardoor zouden zij geen recht hebben op deze korting. U wordt door de Belastingdienst geïnformeerd over de wijze waarop deze korting zal worden geëffectueerd.

6. Bijleenregeling wordt eenvoudiger
Verkoopt u uw woning en is de opbrengst meer dan de hypotheekschuld (overwaarde) dan krijgt u te maken met de bijleenregeling. De overwaarde beperkt de  mogelijkheid om de totale hypotheekrente van de nieuwe woning in de aangifte af te trekken. De bijleenregeling is bijzonder complex en het blijkt dat veel belastingplichtigen moeite hebben de regeling juist aan te geven in  hun belastingaangifte. Staatssecretaris De Jager heeft inmiddels stappen ondernomen om de bijleenregeling te vereenvoudigen. Het drempelbedrag van € 5.000 op de eigenwoningreserve is voor de aangifte 2007 afgeschaft. Voor de aangifte 2008 volgen verdere aanpassingen.

7. Belastingdienst verstuurt vragenbrieven aan DGA’s
In de vorige nieuwsbrief heeft u kunnen lezen dat een dga in veel gevallen niet langer wordt gezien als ondernemer voor de btw. De Belastingdienst heeft inmiddels vragenbrieven verstuurd om de btw-plicht te bepalen van dga’s. In de brief verzoekt de Belastingdienst om de vragenlijst voor 1 mei 2008 ingevuld te retourneren. Hebt u voor 1 april geen brief ontvangen dan moet u dit kenbaar maken bij de Belastingdienst. De vragenlijst is ook te downloaden via www.belastingdienst.nl. onder downloaden&bestellen /zakelijk/omzetbelasting.

8. Energie- en milieulijst 2008 beschikbaar
De overheid wil bedrijven stimuleren om te investeren in energiebesparende- en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Jaarlijks, rond maart, publiceert de overheid de energie- en milieulijst. U kunt profiteren van een extra investeringsaftrek als het bedrijfsmiddel dat u aanschaft voorkomt op één van deze lijsten. Voor milieu-investeringen geldt daarnaast de mogelijkheid om versneld af te schrijven op de investering (VAMIL-regeling). Alle informatie met betrekking tot de lijsten en de voorwaarden waaraan u moet voldoen kunt u terugvinden op www.belastingdienst.nl/zakelijk/investeringen

9. Registratie van onderhandse akten
Veel belastingplichtigen zijn niet op de hoogte van het feit dat zij een onderhandse akte kunnen  laten registreren bij de Belastingdienst. Een onderhandse akte is bijvoorbeeld een overeenkomst, brief, factuur, tekening of een foto. Door een akte te laten registeren kunt u later bewijzen dat de akte op de dag van registratie bestond. Met ingang van 1 januari is dit kosteloos. 

10. Uitbreiding regeling innovatievouchers
Met een innovatievoucher kunnen bedrijven in het mkb een kennisvraag stellen aan universiteiten, hogescholen en andere kennisinstellingen. De regeling is dit jaar uitgebreid. Mkb-bedrijven uit de landbouw- en visserijsector kunnen voortaan ook profiteren van de regeling. Bovendien kan een voucher nu ook eenmalig gebruikt worden voor de kosten van het aanvragen en verkrijgen van een octrooi. Een kleine innovatievoucher is € 2.500 waard. Bij een grote voucher wordt maximaal € 5.000 aan subsidie uitbetaald. U kunt een voucher aanvragen via www.senternovem.nl.

11. Naheffingsaanslagen voor onterechte verklaarders geen privégebruik auto
De Belastingdienst streek afgelopen jaar  € 5,7 miljoen op van automobilisten die ten onrechte privéritjes maken met de auto van de zaak. De verklaring géén privé gebruik is dan ook heel belangrijk. Immers, als de werknemer een ‘Verklaring geen privégebruik’ van de Belastingdienst aan u heeft verstrekt krijgt de werknemer zelf de naheffingsaanslag. Is dat niet geval dan krijgt u de naheffingsaanslag met boete. Let op: ook al beschikt de werknemer over een verklaring geen privé gebruik dan moet hij nog bewijzen dat de auto voor minder dan 500 kilometer per jaar werd gebruikt voor privédoeleinden (bijvoorbeeld aan de hand van een sluitende kilometeradministratie).

12. Vliegreizen vanaf 1 juli duurder
Diverse luchtvaart- en reisorganisaties hadden een kort geding aangespannen tegen de invoering van de vliegtaks per 1 juli aanstaande. De vliegtaks zou leiden tot 10 procent minder reizigers en een enorme toename van de administratieve lasten. Helaas hebben zij het kort geding verloren. Vanaf 1 juli worden tickets voor vliegreizen tot 2500 kilometer en binnen Europa € 11,25 duurder. Voor langere afstanden geldt een toeslag van € 45.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Nieuwsbrieven | Tips & Adviezen

Nieuwsbrieven van uw SRA - Kantoor

Archief

Krijg het laatste nieuws direct in uw inbox!

Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze site de uiterste zorg is nagestreefd, wordt iedere aansprakelijkheid uitgesloten voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op of via deze site (links) beschikbaar is.

Although at composing the contents of this site the extreme care has been pursued, every liability is excluded for inadequacies, incompletions and possible impact of acting on the basis of information which is on or by means of this site (links) available.

Terug naar boven