Edwin Kroon AA/RB

  • Accountant en Register Belastingadviseur
SRA gecertificeerd

"Voor zeer persoonlijke dienstverlening aan zelfstandige ondernemers, vrije beroepsbeoefenaren, verenigingen, stichtingen en particulieren."

SRA Nieuwsbrief  3e kwartaal 2011

1. Hoeveel is uw woning waard in box 3?

Wanneer u een woning heeft die u geheel of gedeeltelijk verhuurt, moet u de waarde van die woning opgeven in box 3. Sinds 1 januari 2010 gelden nieuwe regels voor de waardering van verhuurde en verpachte woningen.

Regels voor de verhuurde woning
Een verhuurde woning is minder waard in het economisch verkeer dan een niet-verhuurde woning. Om te voorkomen dat de waardebepaling voor box 3 van een verhuurde woning te hoog uitpakt, mag u de waarde corrigeren door slechts een percentage te nemen van de WOZ-waarde.

Leegwaarderatio
Het percentage is afhankelijk van de hoogte van de huur in verhouding tot de WOZ-waarde. De jaarhuur, twaalfmaal de kale maandhuur, bepaalt hoeveel lager de waarde is. Dit wordt de leegwaarderatio genoemd. Deze leegwaarderatio leidt tot een waardering van 60% tot 85% van de WOZ-waarde.

Waardering in de praktijk
Stel, u verhuurt een woning voor € 750 per maand. De verhuurde woning heeft een WOZ-waarde van € 450.000. Om de leegwaarderatio te bepalen, moet u allereerst uitgaan van de jaarlijkse huur (12 x € 750 = € 9.000). De jaarlijkse huur, gedeeld door de WOZ-waarde, levert een percentage op van 2%. Hier hoort een leegwaarderatio bij van 68%. De waarde van de verhuurde woning in box 3 is nu 68% x € 450.000 = € 306.000.

Let op:

  • Huur voor stoffering, meubels of in de huur begrepen bedragen voor gas, water en/of  elektriciteit tellen niet mee in de jaarhuur.
  • Er geldt een vast percentage van de WOZ-waarde wanneer u bijvoorbeeld te weinig of te veel huur vraagt voor de woning.
  • De huurder van de verhuurde woning moet recht hebben op huurbescherming.
  • De woning moet in Nederland liggen.
  • De regeling is alleen van toepassing op waardering van woningen en niet op die van bijgebouwen die zakelijk gebruikt worden.

Regels voor verpachte woningen
De waardering van verpachte woningen gebeurt op dezelfde basis als voor verhuurde woningen, waarbij dan uiteraard wordt uitgegaan van de jaarlijkse pacht. De verpachting maakt de woning immers ook minder waard. Het moet wel gaan om duurzaam verpachte woningen. In afwachting van definitieve wetgeving is de regeling voor verpachte woningen alleen geldig voor het belastingjaar 2010.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

2. Forse bijbetalingsverplichting voor oude werkgever bij waardeoverdracht pensioen.

Een werknemer die verandert van werkgever, heeft het recht om zijn opgebouwde pensioenaanspraken mee te nemen naar de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever. Hij moet dit dan wel binnen zes maanden aangeven. Deze waardeoverdracht kan voor u als voormalig werkgever behoorlijke financiële consequenties hebben wanneer de pensioenregeling is ondergebracht bij een verzekeraar.

Recht op waardeoverdracht
Bij beëindiging of aanvang van een pensioenregeling is de oude of nieuwe werkgever verplicht om de werknemer meteen in te lichten over het recht op waardeoverdracht van het pensioen. Waardeoverdracht hangt overigens af van het soort baanwissel van de werknemer. Blijft de werknemer binnen dezelfde bedrijfstak werken waar voor iedereen dezelfde pensioenregeling geldt, dan is waardeoverdracht niet nodig. Bovendien levert een waardeoverdracht voor de werknemer lang niet altijd voordeel op. Goed overleg is daarom verstandig!

Wat maakt waardeoverdracht zo duur?
De waardeoverdracht kan u als oud-werkgever veel geld kosten. Dit doet zich voor als de  werknemer overstapt van de ene naar de andere pensioenverzekeraar en er sprake is van een middelloon- of eindloonregeling. Bij een waardeoverdracht moet de waarde van de pensioenaanspraak worden vastgesteld tegen de huidige rekenrente (2011: 2,9%). Veel verzekeraars hanteren echter een hogere rente. Dit kan bij u tot aanzienlijke kosten leiden, want het verschil moet door u als oud-werkgever worden bijbetaald. De regels bij waardeoverdracht schrijven namelijk voor dat als de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken bij de oude pensioenuitvoerder kleiner is dan de overdrachtswaarde, dit tekort ten laste komt van de oud-werkgever.
 
Als het gaat om een regeling bij een pensioenfonds, leidt waardeoverdracht niet tot problemen. Pensioenfondsen moeten deze lasten zelf dragen.

Mogelijke oplossingen
Er gaan steeds meer stemmen op om het wettelijk recht van de werknemer op waardeoverdracht van pensioenen aan te passen. Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer inmiddels geïnformeerd over mogelijkheden om de bijbetalingsproblematiek op te lossen. Binnen de bestaande pensioenwetgeving is het nu al mogelijk om de bijbetalingsproblematiek te beperken, maar van deze mogelijkheden wordt niet veel gebruikgemaakt. De minister komt daarom met een tussenoplossing in de vorm van twee varianten:

  • Variant 1: Geen recht op waardeoverdracht zolang een werkgever door de bijbetalingslasten aantoonbaar in substantiële financiële problemen zou komen te verkeren.
  • Variant 2: Het stellen van een bepaalde grens aan de hoogte van de bijbetalingslast, waarboven een pensioenuitvoerder niet verplicht is om mee te werken aan een verzoek om waardeoverdracht.  
    Beide varianten vergen aanpassing van de Pensioenwet en moeten nog nader worden verkend en uitgewerkt.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

3. Hoe verwerkt u een teruggaaf Zorgverzekeringswet?

Heeft u een werknemer die voor meerdere werkgevers werkt, of naast zijn dienstbetrekking één of meer uitkeringen ontvangt, dan kan het zijn dat u te veel aan inkomensafhankelijke bijdrage Zvw hebt ingehouden en afgedragen. In dat geval betaalt de Belastingdienst het te veel betaalde bedrag over 2010 in het derde kwartaal van 2011 automatisch aan u terug.

De teruggaaf van de bijdrage Zvw vergt nogal wat handelingen in de loonadministratie en vaak is de teruggaaf niet meer dan € 14 per werknemer. Daarom is er voor de teruggaaf 2009 een eenvoudige regeling getroffen en die regeling geldt ook voor de jaren 2010, 2011 en 2012. U mag zelf kiezen of u de teruggaaf wel of niet verwerkt in de loonadministratie, mits u zich maar aan de spelregels houdt.

Teruggaaf niet verwerken in de loonadministratie
Een teruggaaf van de bijdrage Zvw tot en met € 14 per werknemer per teruggaaf hoeft u niet in de loonadministratie te verwerken en mag u netto doorbetalen aan uw werknemer zonder dat dit gevolgen heeft voor de loonheffingen. Bedraagt de teruggave meer dan € 14, dan bent u verplicht de teruggaaf netto door te betalen aan uw werknemer. Ook die doorbetaling heeft dan geen gevolgen voor de loonheffingen.

Teruggaaf wel verwerken in de loonadministratie
Verwerkt u de teruggaaf wel in de loonadministratie, dan hoeft u dit bedrag niet door te betalen aan uw werknemer. Uw werknemer heeft dat bedrag immers in de loop van het jaar al van u vergoed gekregen. Over de vergoeding Zvw heeft de werknemer nog wel te veel loonheffing betaald. Om dit recht te trekken, boekt u de teruggaaf Zvw als negatief loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen (kolom 13 van de loonstaat). Dit moet u doen in het aangiftetijdvak waarin u de terugbetaling van de Belastingdienst ontvangt. U mag dat ook in het eerstvolgende aangiftetijdvak doen als dat in hetzelfde kalenderjaar valt. Betaalt u de teruggaaf toch aan uw werknemer door, dan is dat loon voor alle loonheffingen. De daarover verschuldigde loonheffingen moet u op de normale manier inhouden en afdragen.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

4. Btw-heffing bij vrijgestelde ondernemers niet waterdicht

Wanneer u als ondernemer vrijgestelde prestaties levert, betaalt u geen btw over uw omzet en kunt u ook geen btw aftrekken die aan u in rekening wordt gebracht. Door de integratieheffing moet u echter wel btw betalen als u goederen in uw onderneming gebruikt die u zelf heeft gemaakt of als u goederen laat maken en hiervoor materialen beschikbaar stelt. De Hoge Raad twijfelt of de integratieheffing voldoet aan de Europese regels. De kans bestaat dat de btw-heffing voor vrijgestelde ondernemers aangepast wordt.

Integratieheffing in het kort
De integratieheffing heeft als doel concurrentie te voorkomen tussen vrijgestelde ondernemers die zelfgemaakte goederen gebruiken en vrijgestelde ondernemers die dit niet doen. Met name wanneer u als vrijgestelde ondernemer een bedrijfspand laat bouwen op eigen grond, komt de integratieheffing om de hoek kijken.

Integratieheffing in praktijk
Stel, u heeft een stuk grond met een waarde van € 150.000. Door een aannemer laat u hierop een bedrijfspand bouwen voor € 400.000, exclusief € 76.000 btw. In uw bedrijf heeft u alleen vrijgestelde omzet. Door de integratieheffing moet u nu btw betalen, omdat u de grond voor bedrijfsdoeleinden gebruikt. De aan de aannemer verschuldigde btw van € 76.000 mag u volledig aftrekken. Bij ingebruikname van het pand moet u € 104.500 aan btw betalen
(€ 150.000 waarde grond + € 400.000 waarde bedrijfspand x 19% btw).

Let op!

Mocht de grond bij oplevering in waarde zijn gestegen, dan moet de btw over deze hogere waarde worden berekend!

Opheffen concurrentievervalsing
Zonder integratieheffing betaalt u € 76.000 btw aan de aannemer die u niet kunt aftrekken als voorbelasting. U bent immers een vrijgestelde ondernemer. Een vrijgestelde ondernemer in een vergelijkbare situatie maar zonder eigen grond, betaalt € 104.500 aan de aannemer. De aannemer berekent in dat geval namelijk btw over het bedrijfspand inclusief de grond. Een verschil dus van € 28.500 (€ 104.500 - € 76.000) tussen u en de andere vrijgestelde ondernemer. Om dit te voorkomen, geldt de integratieheffing van 19% over de waarde van de grond ad € 150.000, oftewel € 28.500.

Twijfels Hoge Raad
De Hoge Raad twijfelt of er wel btw mag worden geheven als een ondernemer een onroerend goed in gebruik neemt voor vrijgestelde doeleinden en hij dit onroerend goed niet zelf heeft vervaardigd, maar heeft laten vervaardigen door een derde (in bovenstaand voorbeeld de aannemer). Bovendien zijn er twijfels of er wel btw kan worden geheven over de waarde van de eigen grond, als in het verleden niet eerder aftrek van btw is genoten voor deze grond.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

5. Strengere hypotheekregels per 1 augustus

Banken en verzekeraars voeren met ingang van 1 augustus van dit jaar strengere hypotheekregels in. De nieuwe gedragscode hypotheekfinancieringen heeft niet alleen gevolgen als u een nieuw huis wilt kopen, maar ook als u geld wilt lenen om uw huis te verbouwen. Alle bestaande hypotheekcontracten blijven overigens onaangetast.

Aflossingsvrije deel gemaximeerd
Het aflossingsvrije deel van de hypotheeklening wordt begrensd tot maximaal 50% van de aankoopwaarde van de woning. De rest moet u bijvoorbeeld via een spaarhypotheek financieren. Dit betekent dat u minimaal de hypotheek boven de helft van de waarde van de woning verplicht in dertig jaar moet aflossen.

Andere hoofdbestanddelen van de nieuwe gedragscode zijn:

  • De hypotheek mag bij aanschaf van een woning niet meer dan 110% (104% plus
    6% overdrachtsbelasting) van de aankoopwaarde bedragen. Ook de hoogte van de rente is van belang voor de maximale lening die u kunt krijgen. Hoe hoger de rente, des te minder u kunt lenen.
  • Het wordt moeilijker voor hypotheekverstrekkers om af te wijken van de nieuwe, strengere financieringsnormen.
  • Er komt een betere afstemming tussen de hypotheeklening en dat wat u als consumptief krediet opneemt voor bijvoorbeeld een auto of een boot.

Hoogte inkomen telt mee
De lening blijft afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Het Nibud stelt hiervoor normen op. Het zijn dezelfde tabellen die het Nibud jaarlijks opstelt voor de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). De mogelijkheden die banken tot nu toe hadden om af te wijken van de inkomensnorm worden hiermee kleiner.

Verbouwingen
Bij elke nieuwe financiering, al dan niet bij dezelfde bank, houden banken rekening met de eerdere financiering voor de hoogte van de verplichte aflossing en opbouw van vermogen. U kunt dus ook met de nieuwe regels worden geconfronteerd als u bijvoorbeeld uw huidige woning wilt verbouwen. Bovendien moet vanaf augustus bij een verbouwing de marktwaarde van de woning na de verbouwing worden vastgesteld door een taxateur.

Starters en eenmanszaken
Startende ondernemers en eenmanszaken (zzp’ers) kunnen rekenen op maatwerk wanneer zij een hypotheek willen nemen. Banken mogen een ruimere hypotheek verschaffen dan de code vereist, maar ze moeten het wel uitleggen aan de Autoriteit Financiële Markten.

Eigenwoningrente
De strengere hypotheekregels staan los van de fiscale regels voor aftrek van de hypotheekrente. De eigenwoningrente is en blijft gewoon aftrekbaar.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

6. Fiscale vooruitblik 2012

Het jaar 2012 lijkt nog ver weg, maar daar denkt het kabinet heel anders over. Een aantal plannen voor volgend jaar is namelijk nu al bekend gemaakt. Daarom alvast een vooruitblik op wat u mogelijk kunt verwachten in 2012.

Zelfstandigenaftrek wordt basisaftrek
De zelfstandigenaftrek zal worden omgezet in een vaste basisaftrek van circa € 7.200. Daarboven blijft de mkb-winstvrijstelling gelden.

Renteaftrekbeperking voor overnameholdings
Er komt een aftrekbeperking voor rentelasten bij overnames. Nu kan een overnameholding forse schulden aangaan voor de overname van een vennootschap. Door vervolgens een fiscale eenheid aan te gaan, kan de overnameholding de rentelasten die samenhangen met de overname verrekenen met de winsten van de overgenomen vennootschap. Vanaf 2012 kunnen deze rentelasten alleen nog worden verrekend met 'eigen' winsten van de overnameholding. Overnames van voor 1 januari 2007 worden ontzien. Het deel van de financieringslast dat ten laste van de overgenomen vennootschap komt, is in principe niet aftrekbaar. Maar alleen voor zover de niet-aftrekbare rente de drempel van € 500.000 te boven gaat. Als dat het geval is, wordt vervolgens gekeken of na de overname sprake is van een gezonde financieringsverhouding.

Objectvrijstelling voor vaste inrichtingen
Er komt een objectvrijstelling voor vaste inrichtingen, vergelijkbaar met de deelnemingsvrijstelling voor deelnemingen. De resultaten (positief of negatief) uit een buitenlandse vaste inrichting behoren dan niet langer tot de Nederlandse heffingsgrondslag. Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor definitieve stakingsverliezen.

Tariefverlaging vennootschapsbelasting
Het tarief voor winst boven de € 200.000 is op dit moment 25%. In 2012 wordt dit percentage verlaagd naar 24.

Kindregelingen in de inkomstenbelasting
Het kabinet is van plan om in 2012 de kindertoeslag in box 3 en de ouderschapsverlofkorting te schrappen. Daarnaast zal de aftrek van de kosten voor levensonderhoud van kinderen vanaf 2012 in fases worden afschaft.

Maatregelen kindgebonden budget
Het kindgebonden budget is een tegemoetkoming in de kosten voor kinderen voor ouders met een laag inkomen. Ook binnen deze regeling is een aantal bezuinigingen te verwachten. Zo wordt het kindgebonden budget in 2012 beperkt tot twee kinderen.

Maatregelen op zorguitgaven
Het kabinet neemt ook maatregelen om zorguitgaven te beperken. Zo worden fysiotherapiebehandelingen vanaf 2012 pas vergoed bij meer dan twintig behandelingen per aandoening. Het stoppen-met-rokenprogramma en dieetadvisering gaan uit het basispakket. Dat geldt ook voor maagzuurremmers, maar voor chronisch zieken wordt een uitzondering gemaakt. Tot slot zijn er ook bezuinigingen aangekondigd op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

7. Bedrijfsopvolgingsregeling, ook als echtgeno(o)t(e) ondernemer overlijdt.

Om het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar te brengen, kent de Successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling. Kort gezegd komt de regeling erop neer dat degene die ondernemingsvermogen erft of geschonken krijgt – onder voorwaarden – geen erf- of schenkbelasting hoeft te betalen. Eén van de voorwaarden is dat het ondernemingsvermogen moet worden verkregen van een ondernemer. Maar wat nu als niet de ondernemer overlijdt, maar zijn of haar echtgeno(o)t(e)?

Overleden echtgeno(o)t(e) is geen ondernemer
Hans en Karin zijn getrouwd in gemeenschap van goederen en hebben twee kinderen. Hans heeft een eenmanszaak en Karin werkt parttime in dienstverband. Zij hebben nooit een testament op laten maken. Dan overlijdt Karin plotseling.

Onderneming valt in huwelijksgoederengemeenschap
De onderneming hoort volgens het civiele recht tot de huwelijksgoederengemeenschap. Dat betekent dat de helft van de onderneming van Hans is en blijft en dat de andere helft van de onderneming tot de nalatenschap van Karin behoort. Deze onverdeelde helft wordt toegedeeld aan Hans. Zijn kinderen krijgen een onderbedelingsvordering op hem.

Liever geen erfbelasting
Karin was geen onderneemster, dus volgens de letter van de wet zou Hans nu geen gebruik kunnen maken van de bedrijfsopvolgingsregeling. Het kan dus zomaar zijn dat Hans erfbelasting moet betalen over een gedeelte van de waarde van zijn eigen onderneming.  Omdat dit onredelijk zou zijn, kan Hans toch kiezen voor de bedrijfsopvolgingsregeling. Er moet dan wel worden voldaan aan de overige voorwaarden van de regeling.

Voorwaarden bedrijfsopvolgingsregeling
Zo moet Hans al minimaal één jaar voor het overlijden van Karin eigenaar (ondernemer) zijn van zijn eenmanszaak. Zijn onderneming moet hij na het overlijden van Karin nog minimaal vijf jaar voortzetten.

Uitstel voor de onderbedelingsvordering
Uit het voorbeeld blijkt dat de kinderen een onderbedelingsvordering hebben op Hans, omdat het ondernemingsvermogen aan hem is toegedeeld. Zij moeten hierover erfbelasting betalen, maar kunnen maximaal tien jaar uitstel van betaling krijgen. Wanneer zij de erfbelasting uiteindelijk betalen, is er wel ook invorderingsrente verschuldigd.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

8. Fiscale subsidie bij innovatie!

Het aantal bedrijven dat gebruikmaakt van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) neemt fors toe. De WBSO is dé fiscale stimuleringsregeling voor innovatie. Misschien ook een kans voor u om fors minder loonheffing af te dragen!

Met de WBSO kunt u de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk binnen uw bedrijf verlagen. Het is een fiscale subsidie waarmee u de afdracht van loonheffing over de loonkosten vermindert. Het budget dat de overheid beschikbaar stelt is ruim: voor 2011 € 810 mln.

WBSO ook voor zelfstandige
Ook als zelfstandig ondernemer kunt u gebruikmaken van de WBSO. U moet dan wel 500 uren of meer per jaar in S&O-werk steken.

Welke projecten komen in aanmerking?

Onder de WBSO vallen vier verschillende type projecten:

  • ontwikkeling van (onderdelen van) producten, processen of programmatuur;
  • technisch-wetenschappelijk onderzoek;
  • analyse van de technische haalbaarheid van eigen S&O en
  • technisch onderzoek naar verbetering van uw fysieke productieproces of de door u gebruikte programmatuur.

U kunt maximaal drie keer per jaar een aanvraag indienen en de periode van de aanvraag is ten minste drie maanden en ten hoogste zes maanden. Bent u zelfstandig ondernemer, dan geldt dit maximum niet. U kunt tot uiterlijk 30 september 2011 een aanvraag indienen. Iedere aanvraag moet uiterlijk één volledige kalendermaand voordat de projectperiode begint, zijn ingediend.
 
Wat levert het op?
Voor werkgevers biedt de WBSO in 2011 een vermindering op de totaal af te dragen loonheffing (dus alle S&O-medewerkers bij elkaar). De zogeheten S&O-afdrachtvermindering bedraagt in 2011 50% van de eerste € 220.000 van het totale S&O-loon en 18% van het resterende S&O-loon. Er geldt een maximum voor de S&O-afdrachtvermindering van
€ 14 mln per kalenderjaar. De S&O-aftrek voor zelfstandigen bedraagt in 2011 € 12.104.

Extra budget voor startende ondernemingen
Werkgevers die als starter worden aangemerkt, krijgen een S&O-afdrachtvermindering van 64% in plaats van 50% over de eerste € 220.000 van het totale S&O-loon. Zelfstandigen die starten, krijgen een extra S&O-aftrek van € 6.054.

S&O-administratie
U bent verplicht om een S&O-administratie bij te houden van de uitvoering van de projecten. Uit deze administratie moet blijken welke S&O-werkzaamheden zijn verricht en hoeveel tijd daaraan is besteed. Agentschap NL voert de regeling uit namens het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Alle informatie over de WBSO vindt u terug op de website www.agentschapnl.nl/wbso.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Tips nieuwsbrief 3e kwartaal 2011

1. Beter gewapend tegen controledrift Belastingdienst
Belastinginspecteurs hebben gegevens nodig om het juiste bedrag aan verschuldigde belasting te bepalen. Het kan dus zijn dat u een verzoek om informatie krijgt. Als het gaat om een normaal informatieverzoek, dan moet u gewoon meewerken. Het verzoek kan ook buitenproportioneel zijn. Op dit moment kunt u hier niet zoveel aan doen, maar dat gaat veranderen. Burgers en ondernemingen krijgen in de toekomst de mogelijkheid om de rechter te laten toetsen of een informatieverzoek wel of niet redelijk is. Bij een onrechtmatig informatieverzoek is bovendien een integrale kostenvergoeding mogelijk.

2. Btw-heffing privégebruik auto van de zaak aangepast
De btw-heffing voor het privégebruik van een auto van de zaak is vanaf 1 juli aanstaande niet langer gekoppeld aan de hoogte van de bijtelling en onttrekking in de loon- en inkomstenbelasting. Het privégebruik wordt voortaan, als deze kosteloos ter beschikking wordt gesteld, als fictieve dienst belast naar het werkelijke privégebruik van de auto. Daarbij wordt woon-werkverkeer gezien als privégebruik. Om de administratieve lasten en uitvoeringskosten te verminderen, mag een forfaitair percentage van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) van de auto als btw-correctie in aanmerking worden genomen. Dit percentage wordt omstreeks 1 juli bekend gemaakt. Om te voorkomen dat de btw-heffing ontgaan kan worden door de auto niet kosteloos, maar tegen een te lage vergoeding ter beschikking te stellen voor het privégebruik, zal een antimisbruikmaatregel getroffen worden.

3. Verlaagde btw-tarief op verbouwingen verlengd
Ondernemers en consumenten krijgen tot 1 oktober van dit jaar de tijd om van het lage btw-tarief voor renovatie en herstel van de woning gebruik te maken. De werkzaamheden moeten wel voor 1 juli zijn begonnen en voor 1 oktober zijn afgerond. De woning moet ouder zijn dan twee jaar. Uit de administratie van de ondernemer moet blijken dat de werkzaamheden daadwerkelijk zijn aangevangen vóór 1 juli van dit jaar. Dat betekent dat het verlaagde tarief niet van toepassing is als alleen een overeenkomst is gesloten voor de klus.

4. Kinderopvangtoeslag uitgekleed
De kinderopvangtoeslag wordt vanaf volgend jaar gekoppeld aan het aantal uren dat de ouders of verzorgers van het kind werken. Uitgangspunt hierbij is het aantal gewerkte uren van de minst werkende partner. Bij dagopvang (0-4 jarigen) hebben de ouders of verzorgers recht op kinderopvangtoeslag voor maximaal 140% van het aantal gewerkte uren. Zo worden ook de reistijd en (middag)pauzetijd van de ouders of verzorgers gecompenseerd. Voor de buitenschoolse opvang (4-12 jarigen) geldt dat ouders of verzorgers maximaal 70% van hun gewerkte uren kunnen declareren als opvanguren. Tot slot kunnen ouders in de toekomst maximaal 230 uur per kind per maand declareren voor alle soorten opvang samen.

5. Beperking tewerkstellingsvergunningen
Minister Kamp van Sociale Zaken wil vanaf 1 juli 2011 de afgifte van het aantal tewerkstellingsvergunningen tot het uiterste beperken. Vanaf die datum wordt aan werkgevers alleen in uitzonderingsgevallen nog een vergunning verleend. Er is veel verzet vanuit landbouworganisaties tegen deze maatregel. Werkgevers zien vooral de land- en tuinbouw in de knel komen omdat in deze sector veel Roemenen en Bulgaren werken. Kamp stelt echter dat er genoeg mensen in Nederland zijn om het werk te kunnen doen.

6. Zonder bezwaar geen beroep
Bent u het niet eens met een beslissing van de Belastinginspecteur, dan kunt u in de meeste gevallen digitaal of schriftelijk bezwaar maken. U heeft hiervoor zes weken de tijd. De inspecteur zal vervolgens zijn beslissing op uw bezwaarschrift schriftelijk aan u meedelen. Bent u het niet eens met deze beslissing, dan kunt u daarna beroep aantekenen bij de rechtbank. Een man wilde deze procedure niet helemaal doorlopen. Nadat hij telefonisch zijn bezwaren had geuit, stelde hij direct beroep in. Zijn beroep werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. Eerst bezwaar dus, en dan pas beroep.

7. Geen krediet bij slechte voorbereiding
Maar liefst 60% van de ondernemers krijgt geen krediet bij de bank. Dit komt omdat ze bij de bank onvoldoende voorbereid aankloppen voor geld, zo blijkt uit een inventarisatie van kredietbemiddelaar Credion over tien jaar kredietaanvragen. Veel ondernemers, zo blijkt uit de inventarisatie, investeren vanuit emotie, zonder doordacht plan. Credion adviseert om een gedegen financieringsplan te maken met een extern adviseur, zoals een accountant.

8. Bank aansprakelijk voor beleggingsverlies dga
Onlangs heeft Rechtbank Den Haag een bank veroordeeld vanwege het niet nakomen van haar zorgplicht over belegde pensioengelden. De bank had namelijk een directeur-grootaandeelhouder (dga) geadviseerd om via de pensioen-bv zijn pensioengelden voor een groot deel te beleggen in één product. Volgens de rechter heeft de bank als professionele dienstverlener een bijzondere zorgplicht om haar klanten te beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. De bank zal de door de dga geleden schade moeten vergoeden. Het gaat hier om een individueel geval, maar deze uitspraak toont wel aan dat voorzichtig moet worden omgegaan met het beleggen van het pensioen in eigen beheer. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd moet tenslotte wel voldoende vermogen in de bv aanwezig zijn om het pensioen ook uit te keren.

9. Per 1 juli verscherpte controles op rechtspersonen
Vanaf 1 juli heeft u niet langer een verklaring van geen bezwaar nodig als u een bv wilt oprichten of bij statutenwijziging van de bestaande bv. Er komt een nieuw systeem van doorlopende controle van rechtspersonen. Het nieuwe systeem van doorlopende controle richt zich niet alleen op nv’s en bv’s, maar ook op stichtingen en buitenlandse ondernemingen. In de toekomst breidt het toezicht zich uit naar coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en Europese rechtsvormen die volgens de statuten hun zetel in Nederland hebben.

10. Flexibele bv en nieuwe Wet personenvennootschappen uitgesteld naar 2012
In de eerste nieuwsbrief van dit jaar heeft u kunnen lezen dat u in de toekomst sneller en eenvoudiger een bv kunt oprichten en dat u meer vrijheid krijgt om uw bedrijf naar eigen wensen in te richten. Dit alles wordt mogelijk als het wetsvoorstel vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht in werking treedt. Dit is naar verwachting niet eerder dan 1 januari 2012. Hetzelfde geldt voor het wetsvoorstel Personenvennoot-schappen. Dit wetsvoorstel heeft voornamelijk gevolgen voor de vennootschap onder firma (vof), de commanditaire vennootschap (cv) en voor openbare maatschappen.

11. Kleinebanenregeling afgeschaft
Dankzij de kleinebanenregeling hoeft u geen premies werknemersverzekeringen te betalen voor werknemers jonger dan 23 jaar die minder verdienen dan ongeveer de helft van het wettelijk minimumloon. Loonheffing moet u wel inhouden, maar de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet is nul, zodat u hiervoor ook geen vergoeding hoeft te geven. Het blijkt dat de kleinebanenregeling niet aan de verwachtingen voldoet en daarom wordt de regeling na 1 januari 2012 niet langer verlengd.

12. Fiscaal voordeel zuinige auto verdwijnt
Het kabinet wil in de toekomst alleen nog de aanschaf en het gebruik van de meest zuinige auto's stimuleren. Een aantal drastische maatregelen is aangekondigd:

  • De vrijstelling van motorrijtuigenbelasting (MRB) voor zeer zuinige auto’s eindigt op
    1 januari 2014. Voor auto's die maximaal 50 gr CO2/km uitstoten, blijft de vrijstelling tot en met 2015 gelden.
  • De verlaagde bijtelling voor zuinige (20%) en zeer zuinige auto’s (14%) blijft gehandhaafd. Wel worden de CO2-grenzen die bij deze tarieven horen voortaan jaarlijks naar beneden aangepast. De eerste aanpassing is vanaf juli 2012. Tot en met 2015 geldt een nulbijtelling voor auto’s die maximaal  50 gr CO2/km uitstoten.
  • In de aanschafbelasting (BPM) wordt vanaf 2015 geen onderscheid meer gemaakt tussen de aankoop van een benzine- of dieselauto, afgezien van de dieseltoeslag. De nu nog verschillende CO2-grenzen groeien de komende jaren langzaam naar elkaar toe. In 2015 geldt de vrijstelling van de BPM alleen voor auto’s die per gereden kilometer minder uitstoten dan 83 gr CO2.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Nieuwsbrieven | Tips & Adviezen

Nieuwsbrieven van uw SRA - Kantoor

Archief

Krijg het laatste nieuws direct in uw inbox!

Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze site de uiterste zorg is nagestreefd, wordt iedere aansprakelijkheid uitgesloten voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op of via deze site (links) beschikbaar is.

Although at composing the contents of this site the extreme care has been pursued, every liability is excluded for inadequacies, incompletions and possible impact of acting on the basis of information which is on or by means of this site (links) available.

Terug naar boven