Edwin Kroon AA/RB

  • Accountant en Register Belastingadviseur

"Voor zeer persoonlijke dienstverlening aan zelfstandige ondernemers, vrije beroepsbeoefenaren, verenigingen, stichtingen en particulieren."

SRA Nieuwsbrief 2e kwartaal 2013 - Deel 1

1. Financiële armslag voor (startende) huizenbezitters

Huiseigenaren en starters op de koopmarkt krijgen steun van de overheid. In februari heeft het kabinet samen met diverse coalitiepartijen overeenstemming bereikt om de problemen op de woningmarkt aan te pakken. Wat zijn de belangrijkste maatregelen uit dit woonakkoord?

Extra hypotheek
De meest in het oog springende maatregel is wel de mogelijkheid om naast de hypotheek waarop wordt afgelost, een tweede lening af te sluiten tot 50% van de woningwaarde. Met deze tweede lening kan een deel van de aflossing van de eigenwoninglening worden gefinancierd. Deze lening kunt u binnen 35 jaar aflossen. Groot voordeel is dat starters meer financiële armslag hebben op de woningmarkt.

Belangrijk nadeel is dat de rente op deze tweede lening niet aftrekbaar is. Wel kwalificeert de lening als schuld in box 3. Dit betekent voor u dat in de eerste jaren de maandlasten weliswaar lager uitvallen, maar over de gehele periode de kosten hoger zijn. Bovendien blijft de maatregel overeind dat het hypotheekdeel waarvoor u renteaftrek krijgt, volledig binnen dertig jaar moet zijn afgelost volgens minimaal een annuïtair schema.

Btw-verlaging
Vanaf 1 maart 2013 is voor renovatie en herstel van woningen een belastingverlaging ingegaan. Betaalt u als huiseigenaar normaal 21% btw aan de aannemer, met de tijdelijke maatregel tot 1 maart 2014 hoeft u slechts 6% af te rekenen over de arbeidskosten. Voorwaarde is dat de woning ouder dan twee jaar is (gerekend vanaf het tijdstip van eerste ingebruikname van de woning).

De btw-verlaging geldt ook voor arbeidskosten van hoveniers voor het aanleggen en onderhouden van tuinen. Zelfs de architect kan voor het ontwerpen en vervaardigen van bouwtekeningen het lage btw-tarief rekenen, mits het architectenbureau ook de renovatie aan uw woning begeleidt.

Let op:
Het verlaagde tarief geldt alleen als de renovatie of het herstel is afgerond op of na 1 maart 2013 en vóór 1 maart 2014. Maar let op bij deelfacturen! Wanneer de dienst pas klaar is in maart 2014 of daarna, geldt voor alle deelfacturen in de periode daarvoor het 21%-tarief. Is de renovatie of herstelklus voltooid in de periode ná 28 februari 2013, maar vóór 1 maart 2014, dan moet op de definitieve factuur het 6%-tarief worden toegepast, ook als de deelfacturen van vóór 1 maart 2013 zijn.

Andere maatregelen
Verder bevat het woonakkoord nog de volgende belangrijke maatregelen:

  • Bewoners en institutionele beleggers krijgen meer ruimte om woningen van corporaties te kopen.
  • Het kabinet bekijkt of zzp’ers en personen met een flexibel arbeidscontract voldoende aan bod komen onder de sinds dit jaar geldende inkomenscriteria voor hypothecaire financieringen.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

2.  Veranderingen in de 30%-regeling

Veel werkgevers die expats in dienst hebben, kiezen voor de praktische 30%-regeling van de Belastingdienst. Dit jaar zijn er enkele punten aangepast in de regeling.

Extraterritoriale kosten
Uitgezonden en ingekomen werknemers krijgen vaak een vergoeding van hun werkgever voor de extraterritoriale kosten. Met de 30%-regeling mag u als werkgever, zonder nader bewijs, maximaal 30% van het loon, inclusief de vergoeding voor de extraterritoriale kosten, onbelast uitkeren aan de uitgezonden of ingekomen werknemer.

Kiest u niet voor de 30%-regeling, dan moet u alle vergoedingen voor extraterritoriale kosten aannemelijk maken en verantwoorden in uw loonadministratie.

Inkomensnorm
Een van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de 30%-regeling is dat de ingekomen werknemer (de werknemer die naar Nederland komt) een specifieke deskundigheid moet bezitten. Voor het aantonen daarvan geldt een inkomensnorm die ieder jaar wordt geïndexeerd. De inkomensnorm voor 2013 is als volgt:

  • voor werknemers die jonger dan 30 jaar zijn en een mastertitel hebben: € 27.190 exclusief de onbelaste vergoeding;
  • voor overige werknemers: € 35.770 exclusief de onbelaste vergoeding.

Let op:
Werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen hoeven niet aan een inkomensnorm te voldoen.

Aanpassing einddatum
De datum waarop de 30%-regeling van uw werknemer uiterlijk eindigt, staat in de beschikking die u van de Belastingdienst krijgt. Gaat de werknemer echter eerder bij u uit dienst, dan eindigde de regeling in 2012 in ieder geval op de laatste werkdag.

In 2013 is dat anders: de 30%-regeling eindigt in ieder geval op de laatste dag van het loontijdvak na het loontijdvak waarin de laatste werkdag valt.

Stel dat de laatste werkdag van uw werknemer 15 april is. Bij een loontijdvak van een maand mag u de 30%-regeling toepassen tot en met 31 mei 2013.

Ruimere definitie ingekomen werknemer
Sinds 1 januari 2012 geldt er een kilometergrens. Dit houdt in dat de 30%-regeling voor ingekomen werknemers alleen nog geldt als de werknemer in de 24 maanden voor zijn eerste werkdag in Nederland langer dan 16 maanden op een afstand van meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens woonde.

Deze beperking geldt (met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2012) niet voor de werknemer die in Nederland heeft gewerkt en na een verblijf in het buitenland weer in Nederland is komen werken. Voorwaarde is wel dat de eerste werkperiode in Nederland maximaal acht jaar geleden is begonnen. Ook moet deze werknemer dan wel vóór die eerste werkperiode in Nederland op een afstand van meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens hebben gewoond.

Tip:
Voor werknemers met de doctorstitel (gepromoveerden) die binnen een jaar na hun promotie voor u in Nederland gaan werken, geldt onder voorwaarden een uitzondering op de regels van ingekomen werknemer. Informeer ernaar bij uw SRA-adviseur.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

3.  Hoe hoog is uw inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringsweg?

Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u meestal niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Dit betekent dat u de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) zelf betaalt. Dat gebeurt door inhouding van de bijdrage op uw nettoloon. Deze bijdrage kent een maximumbedrag per jaar. Heeft u meerdere eigen bv's waar u werkzaamheden voor verricht, dan is bij iedere bv de bijdrage verschuldigd. Hierdoor kunt u boven het maximumbedrag uitkomen. Dat wil echter niet zeggen dat u ook te veel betaalt.

U kunt hier namelijk tussentijds zelf iets aan doen. Anders mag u erop vertrouwen dat de Belastingdienst de te veel ingehouden bijdrage netjes aan u terugbetaalt.

Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
Bent u niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen, dan betaalt u dit jaar een lage bijdrage van 5,65% over een maximumbijdrageloon van € 50.853. De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw kan dus niet meer bedragen dan € 2.873 (5,65% x € 50.853). Heeft u meerdere bv's, dan bent u bij iedere bv in dienstbetrekking en moet u ook over het loon bij iedere bv de bijdrage Zvw betalen. De totale bijdrage kan hierdoor hoger worden dan het maximumbedrag van € 2.873 (2013).

Bijdrage loopt op bij meerdere bv's
Stel u bent als dga in dienst bij drie bv's. Per bv ontvangt u € 30.000 aan loon. De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw over dit loon bedraagt 5,65% x € 30.000 = € 1.695. U betaalt dus € 5.085 (3 x € 1.695) aan bijdrage Zvw en dat is meer dan het maximumbedrag van € 2.873. U kunt dit voorkomen door gebruik te maken van de doorbetaaldloonregeling.

Doorbetaaldloonregeling
De doorbetaaldloonregeling houdt kort gezegd in dat slechts één bv (inhoudingsplichtige) de loonbetalingen verricht namens alle andere bv's. Uw andere bv's betalen dan geen loon meer aan u uit. Uitgaande van het voorbeeld ontvangt u dan van één bv € 90.000 aan loon. Die bv kan dan ook rekening houden met het maximumbijdrageloon van € 50.853, zodat uw bijdrage Zvw dus ook niet meer is dan € 2.873.

Belastingdienst betaalt teveel terug
Maakt u geen gebruik van de doorbetaaldloonregeling, dan is er geen nood aan de man, want de Belastingdienst betaalt dan het te veel betaalde bedrag aan bijdrage Zvw aan u terug. Uitgaande van het voorbeeld zou dit betekenen dat u in het derde kwartaal van 2014 een teruggaaf ontvangt van € 2.212 (€ 5.085 - € 2.873).     

In de meeste gevallen werkt de Belastingdienst zelfs al met voorschotten in het jaar zelf. U kunt de Belastingdienst ook zelf vragen om een voorschot als er te veel inkomensafhankelijke bijdrage Zvw wordt ingehouden. De door de Belastingdienst verstrekte voorschotten worden na afloop van het jaar verrekend met de definitieve teruggaaf. 

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

4.  Forse bezuinigingen in 2014

Nederland verkeert nog altijd in een economische crisis. Om het begrotingstekort niet verder op te laten lopen, heeft het kabinet daarom nu al een fors aanvullend bezuinigingspakket van   € 4,3 mrd aangekondigd voor 2014. Alhoewel het nog gaat om bezuinigingsplannen, zijn er toch zaken waar u nu al rekening mee moet houden.

Bevriezing loon, belastingschijven en heffingskortingen
Zo is het kabinet van plan om geen inflatiecorrectie toe te passen op de belastingschijven en de heffingskortingen in de inkomstenbelasting. Voor mensen die hierdoor in de knel komen, is er extra koopkrachtondersteuning. Werknemers bij de overheid, in het onderwijs en mogelijk ook in de zorg, hoeven volgend jaar niet te rekenen op een loonstijging. Het kabinet wil uitgaan van een nullijn. 
Maatregelen voor werkgevers

Verdient uw werknemer dit jaar meer dan € 150.000, dan krijgt u ook volgend jaar te maken met de werkgeversheffing hoge lonen (crisisheffing). Over het meerdere boven de € 150.000 bent u 16% belasting verschuldigd. Officieel zou de crisisheffing alleen voor 2013 gelden, maar het kabinet verlengt deze maatregel. Mocht het loon van uw werknemer dit jaar door een opname uit de levensloopregeling boven de € 150.000 uitkomen, dan telt deze opname niet mee.

Let op:
Had uw werknemer vorig jaar een loon boven de € 150.000, dan bent u deze maand de crisisheffing verschuldigd. Er gaan echter steeds meer geluiden op dat de crisisheffing mogelijk in strijd is met Europees recht. Het kan daarom verstandig zijn hiertegen bezwaar te maken. Neem hiervoor contact op met uw SRA-adviseur. Deze heeft een modelbezwaarschrift voor u klaar liggen.

Maatregelen voor bedrijven
Bedrijven hoeven voorlopig niet te rekenen op extra lastenverlichting. Het kabinet wil een bedrag van € 640 mln (terugsluis vergroening begrotingsakkoord) dat hiervoor was gereserveerd, inzetten om het begrotingstekort terug te dringen. Maar er is ook oog voor het stimuleren van de bedrijvigheid en werkgelegenheid.

Daarom komt het kabinet met een liquiditeitsimpuls voor bedrijven in de vorm van een hogere afschrijving. Dit houdt in dat als u dit jaar investeert, u direct 50% van de investering mag afschrijven. Normaal is dit maximaal 20%. Maakt u gebruik van deze maatregel, dan betaalt u nu tijdelijk iets minder belasting over de winst.

Tot slot wil het kabinet de bouwnijverheid een steuntje in de rug geven door een gericht pakket van investeringen in de infrastructuur in 2014 en een extra bijdrage aan een fonds voor energiebesparing in de gebouwde omgeving.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Tips

1.  Reken de nieuwe alimentatiebedragen uit!
Jaarlijks worden de alimentatiebedragen voor kinderalimentatie en partneralimentatie aangepast. Wanneer u reeds een beschikking heeft en de rechter heeft het bedrag aan maandelijkse alimentatie al vastgesteld, dan kunt u met behulp van deze gegevens op de website van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen berekenen hoeveel dit bedrag stijgt voor 2013.
Ga daarvoor naar www.lbio.nl/alimentatie/indexering-alimentatie.

2.  Verplichte invoering werkkostenregeling uitgesteld
De verplichte invoering van de werkkostenregeling is uitgesteld naar 2015. U heeft dus ook in 2014 nog de keus voor het ‘oude’ systeem van vergoedingen en verstrekkingen in de loonbelasting of de werkkostenregeling. Zoals het er nu naar uitziet, zal de regeling nog op een aantal punten worden vereenvoudigd, zodat deze aantrekkelijker wordt voor het midden- en kleinbedrijf.

Ondanks dit uitstel is het toch verstandig om u nu alvast te gaan verdiepen in de werkkostenregeling. De implementatie van de regeling neemt namelijk al gauw een aantal maanden in beslag. Mogelijk is het voor u zelfs voordeliger om al in 2014 de overstap te maken. Dat kunt u echter pas bepalen na een volledige inventarisatie van de vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers.

3.  Te laat betalen aan banden gelegd
De betalingstermijnen bij overeenkomsten tussen bedrijven en bij overeenkomsten tussen bedrijven en overheden zijn wettelijk vastgelegd. Vanaf 16 maart 2013 geldt dat, als er contractueel niets is geregeld, er moet worden betaald binnen dertig dagen na de dag waarop de factuur is ontvangen. Partijen mogen wel een andere termijn afspreken, mits de betalingstermijn niet onredelijk is.

Ook mag in een overeenkomst met de klant of leverancier een langere betaaltermijn van maximaal zestig dagen worden afgesproken. Een nog langere betalingstermijn kan alleen als kan worden aangetoond dat dit voor geen van beide partijen nadelig is.

De overheid is altijd verplicht om de facturen van bedrijven uiterlijk dertig dagen na ontvangst van de factuur te betalen. 

Let op: Wordt er toch te laat betaald, dan mag u een standaardvergoeding voor incassokosten vragen. Heeft u hier niets over afgesproken, dan is deze vergoeding een bepaald percentage van de rekening en met een minimum van € 40.

4.  Doorgeven gerealiseerde S&O-uren
Verrichten uw werknemers speur- en ontwikkelingswerk en heeft u hiervoor een S&O-verklaring ontvangen, dan moet u de gerealiseerde S&O-uren doorgeven aan Agentschap NL. Gaat het om de uren over 2012, dan moet u dit doen vóór 1 april aanstaande. Hou er rekening mee dat 30 en 31 maart dit jaar in het weekeinde valt. Doe dus tijdig de mededeling, anders riskeert u een boete.

Maakt u alleen gebruik van de WBSO en heeft u een S&O-verklaring over 2012, dan moet u een mededeling doen als u minder dan 90% van de toegekende S&O-uren heeft gerealiseerd.

Volgend jaar is dat anders. Dan moet u altijd verplicht een mededeling doen. De marge van 10% is komen te vervallen.

5.  De voorjaarsschilder brengt goed btw-nieuws
Voor het schilderen en stukadoren van woningen ouder dan twee jaar, geldt al jaren het lage btw-tarief van 6%. Hieronder vallen ook de voorbereiding, de voorbehandelingen en de gebruikte materialen. Om te bepalen of de woning inderdaad ouder is dan twee jaar, moest u als opdrachtgever een 'ouderdomsverklaring' ondertekenen, maar deze is voortaan niet meer nodig. Om te controleren of het lage btw-tarief terecht is toegepast, baseert de Belastingdienst zich voortaan op de gegevens uit de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en uit de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA).

6.  Bent u op de hoogte van provinciale subsidies?
Veel ondernemers laten onnodig subsidies liggen. Tijdgebrek is een veelgehoord excuus en dat is jammer. Want door handig gebruik te maken van subsidies kunt u geld besparen. Naast landelijke subsidies zijn er ook provinciale subsidies.

Wist u dat er ook provinciale regelingen zijn voor bedrijfsfinanciering? Op Antwoord voor bedrijven vindt u een handig overzicht van de verschillende regelingen. Van een starterslift in Noord-Brabant tot aan het innovatiefonds in Limburg. En van een stimuleringsregeling vrijetijdseconomie in Gelderland tot aan het MKB & Technofonds in Flevoland. U vindt ze allemaal terug in het overzicht.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Nieuwsbrieven | Tips & Adviezen

Nieuwsbrieven van uw SRA - Kantoor

Archief

Krijg het laatste nieuws direct in uw inbox!

Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze site de uiterste zorg is nagestreefd, wordt iedere aansprakelijkheid uitgesloten voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op of via deze site (links) beschikbaar is.

Although at composing the contents of this site the extreme care has been pursued, every liability is excluded for inadequacies, incompletions and possible impact of acting on the basis of information which is on or by means of this site (links) available.

Terug naar boven