Edwin Kroon AA/RB

  • Accountant en Register Belastingadviseur
SRA gecertificeerd

"Voor zeer persoonlijke dienstverlening aan zelfstandige ondernemers, vrije beroepsbeoefenaren, verenigingen, stichtingen en particulieren."

SRA Nieuwsbrief 2e kwartaal 2011

1. Nieuwe vakantiedagenregeling op komst

De regeling voor vakantie en verlof van werknemers gaat waarschijnlijk per 1 januari 2012 wijzigen. Werknemers die langdurig ziek zijn, krijgen straks recht op hetzelfde aantal vakantiedagen als werknemers die niet ziek zijn. Daarnaast wordt geregeld dat werknemers hun wettelijke vakantiedagen binnen anderhalf jaar moeten opnemen.

Reden van de wijziging is dat het Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat de opbouw van vakantiedagen doorloopt, ongeacht of een werknemer ziek is of niet. In de huidige situatie bouwen zieke werknemers namelijk een kwart minder vakantiedagen op in twee jaar dan gezonde werknemers. In het kader van gelijke behandeling mag dat niet van het Europese Hof.

Wettelijke dagen
In de nieuwe situatie bouwt een fulltime medewerker bij twee jaar ziekte veertig wettelijke dagen op. Daarnaast is de termijn waarna de wettelijke dagen vervallen drastisch ingekort. In plaats van vijf jaar vervallen wettelijke vakantiedagen zes maanden na het opbouwjaar. Bovenwettelijke dagen hebben overigens geen vervaltermijn van zes maanden en blijven dus een verjaringstermijn houden van vijf jaar.

Werknemers moeten dus in principe binnen anderhalf jaar hun wettelijke vakantiedagen opmaken, anders vervallen deze. Een uitzondering is bijvoorbeeld wanneer een werknemer door extreme werkdrukte niet in staat is de verlofdagen op te nemen. De werknemer moet dit zelf aantonen.

Verlofregistratie
Wettelijke vakantiedagen die na 1 januari 2012 zijn opgebouwd, vervallen mogelijk eerder dan de ‘oude’ vakantiedagen en de bovenwettelijke vakantiedagen. In de verlofregistratie 2012 bestaat daarom het volgende onderscheid:

  • resterende vakantiedagen van vóór 1 januari 2012 (met een verjaringstermijn van vijf jaar)
  • wettelijke vakantiedagen van ná 1 januari 2012 (vervaltermijn van anderhalf jaar)
  • bovenwettelijke dagen (verjaringstermijn van vijf jaar).

Met het wetsvoorstel wil het kabinet tegengaan dat een stuwmeer aan vakantiedagen wordt opgebouwd en stimuleren dat werknemers regelmatig verlof opnemen. Dat is volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid goed voor de veiligheid en gezondheid van werknemers.

Let op!
In ongeveer 150 cao’s staan bepalingen over verjaringstermijnen van vijf jaar opgenomen die tot verwarring kunnen leiden. VNO-NCW en MKB-Nederland hebben het kabinet opgeroepen om duidelijk te communiceren dat dergelijke bepalingen alleen geldig zijn voor de bovenwettelijke dagen en dat de nieuwe wet juridisch voorgaat op oude cao-afspraken.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

2. Betaalt u kinderalimentatie? Kijk eens naar box 3!

Betaalde kinderalimentatie is niet volledig fiscaal aftrekbaar, maar waarschijnlijk mag u wel rekening houden met een standaardaftrek voor levensonderhoud. Daarnaast kunt u de toekomstige kinderalimentatieverplichting als schuld opnemen in box 3. Dit geldt in ieder geval voor de aangiftes 2010 en 2011.

Deze aftrekpost in box 3 is ontstaan door een uitspraak van de Hoge Raad in februari 2009. De uitspraak ging weliswaar over de partneralimentatie, maar heeft ook gevolgen voor de kinderalimentatie. Wat is er aan de hand?

Aftrekbaarheid van partneralimentatie
Partneralimentatie is voor de betaler ervan aftrekbaar in box 1. Tot 30 december 2009 was de partneralimentatie óók aftrekbaar in box 3. Dankzij de uitspraak van de Hoge Raad konden gescheiden echtelieden dus een schuld opnemen voor de toekomstige alimentatieverplichting in box 3. De wetgever heeft de wet gerepareerd wat betreft de partneralimentatieverplichting, maar is de kinderalimentatie vergeten! De Hoge Raad heeft in februari van dit jaar nogmaals bevestigd dat de kinderalimentatieverplichting als schuld kan worden opgenomen in box 3.

Kinderalimentatieverplichting in box 3
Met de uitspraak van de Hoge Raad heeft u dus de mogelijkheid om in uw aangiften over 2010 en 2011 de verplichting tot het betalen van kinderalimentatie op te nemen als schuld in box 3. Dit is mogelijk totdat de wetgever ook hiervoor de wet heeft gerepareerd.

Tip!
Is uw aangifte voor het jaar 2009 nog niet definitief vastgesteld? Misschien is het alsnog mogelijk om rekening te houden met de kinderalimentatieverplichting in box 3. Neem hierover contact met ons op.

Aftrek levensonderhoud
Kinderen hebben meer ‘fiscale gezichten’. U kunt boven een bepaald bedrag per maand dat u uitgeeft aan het levensonderhoud van uw kind, een deel van deze uitgaven als persoonsgebonden aftrek opvoeren. Hiervoor gelden standaard aftrekbedragen. Besteedde u minimaal € 408 per kwartaal aan levensonderhoud (voeding, kleding, sportclub) voor een kind jonger dan 30 jaar, dan kunt u van deze regeling gebruikmaken. Wel is hier een aantal voorwaarden aan verbonden. De belangrijkste zijn dat u geen kinderbijslag krijgt voor dit kind en dat uw kind geen studiefinanciering of een tegemoetkoming in de studiekosten ontvangt.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

3. Ook zo blij met een stagiair?

Steeds meer bedrijven maken dankbaar gebruik van stagiairs. Zij komen met een frisse kijk binnen, zijn op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen en kosten u relatief weinig. Voordat u een stagiair binnenhaalt, moet u zich wel verdiepen in de fiscale gevolgen, met name als u een stagevergoeding geeft.

Wel of geen loonheffingen?
Normaal gesproken zal er geen sprake zijn van een ‘echte’ dienstbetrekking. Dit is het echter wel als u de stagiair een reële beloning geeft. U bent dan inhoudingsplichtige en de normale regels voor loonheffingen gelden.

Tip!
Wellicht kunt u gebruikmaken van de kleinebanenregeling en van de afdrachtvermindering onderwijs.

Van een ‘fictieve’ dienstbetrekking is sprake als een stagiair niet in een ‘echte’ dienstbetrekking werkzaam is, maar naast onderricht wel enige vorm van beloning ontvangt. Ook dan bent u inhoudingsplichtige en moet u loonheffingen inhouden. Het kan zijn dat u geen premies werknemersverzekeringen hoeft te berekenen. Neem bij twijfel contact op met uw adviseur.

Let op!
Bij een fictieve dienstbetrekking kunt u geen gebruikmaken van de afdrachtvermindering onderwijs, tenzij het gaat om een stagiair van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2.

Er is geen sprake van een (fictieve) dienstbetrekking als u de stagiair naast onderricht alleen een vergoeding geeft voor (werkelijke) kosten. Te denken valt bijvoorbeeld aan een vaste reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer.

Stagevergoeding betaald aan school
Betaalt u een stagevergoeding rechtstreeks aan de school zelf, dan wordt dit niet gezien als loon. U moet dan wel voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • U moet de stagevergoeding rechtstreeks overmaken aan het stagefonds van de school of aan de school zelf.
  • Het stagefonds of de school mag de stagevergoeding niet direct of indirect doorgeven aan de stagiair. De vergoeding moet worden gebruikt voor algemene schoolse activiteiten zoals een schoolfeest of andere projecten.
  • Het stagefonds of de school administreert zowel de stagevergoedingen als de besteding daarvan.
  • Binnen twee maanden na afloop van het jaar moet u de volgende gegevens in uw eigen administratie vastleggen: naam, adres en burgerservicenummer van de stagiair, naam en het adres van de school of het stagefonds en het bedrag van de stagevergoeding dat is overgemaakt. Bij de vastlegging moet u tot slot verwijzen naar het volgende besluit: Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/2202M.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

4. Hoe verwerkt u de bijtelling bij twee opvolgende auto’s in één jaar?

Eén van uw werknemers haalt op 1 september zijn nieuwe auto van de zaak op bij de autohandelaar. De oude leaseauto, die hij nauwelijks voor privéritten gebruikte, is zojuist ingeruild. En passant vertelt hij u nog dat hij de nieuwe auto ook privé gaat gebruiken. Hierdoor komt hij zeker boven de 500 privékilometers per jaar. U moet nu alsnog rekening houden met een bijtelling, maar hoe?
 
De bijtelling vindt in ieder geval plaats over het volledige jaar en er moet rekening worden gehouden met de verschillende cataloguswaarden van beide auto's, dus ook van de auto waar niet privé mee is gereden!

Voorbeeld van twee opvolgende auto's
Stel dat de auto die u de eerste acht maanden ter beschikking heeft gesteld aan uw werknemer, een cataloguswaarde had van € 24.000. Uw werknemer heeft in deze periode 100 km privé gereden. Voor de loontijdvakken van januari tot en met augustus telt u dus niets bij het loon. De auto die u de laatste vier maanden ter beschikking stelt, heeft een cataloguswaarde van € 30.000. Deze auto gaat de werknemer ook voor privéritten gebruiken. Omdat het privégebruik op kalenderjaarbasis nu zeker meer dan 500 km is, moet u alsnog het gehele jaar rekening houden met een bijtelling.

Over de periode januari tot en met augustus telt u bij het loon 8/12 x 25% van € 24.000 =
€ 4.000. Omdat de aangiftetermijnen voor deze maanden inmiddels zijn verstreken, moet u hiervoor een correctie indienen. Vanaf september telt u maandelijks bij het loon 1/12 x 25% van € 30.000 = € 625.

Let op!
In het voorbeeld zijn we uitgegaan van een bijtellingspercentage van 25%. Afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto is natuurlijk ook een percentage van 20% of 14% mogelijk.

En de verklaring geen privégebruik auto?
Zelfde situatie, maar nu heeft de werknemer een door de Belastingdienst afgegeven verklaring geen privégebruik auto bij u ingeleverd. Omdat hij weet dat hij de tweede auto privé wil gebruiken, trekt hij de verklaring geen privégebruik auto in. Omdat over de eerste acht maanden de verklaring geen privégebruik auto van toepassing is, hoeft u niets bij te tellen. Pas als de verklaring wordt ingetrokken, moet u vanaf die maand rekening houden met een bijtelling. De werknemer krijgt van de Belastingdienst een naheffingsaanslag voor de loonheffing en de bijdrage Zorgverzekeringswet met betrekking tot de eerste acht maanden.

Het bovenstaande geldt niet alleen voor uw werknemer, maar ook als u directeur-grootaandeelhouder (dga) bent. Voor de loonbelasting wordt u in dat geval gezien als werknemer.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

5. Deelneming failliet: wat nu?

Wanneer uw bv voor ten minste 5% van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van een andere bv, dan is sprake van een deelneming en is de deelnemingsvrijstelling van toepassing. Bij het bepalen van de winst worden de resultaten uit de deelneming niet meegenomen, of deze nou positief of negatief zijn. Hierop is een uitzondering gemaakt. Als de deelneming wordt ontbonden, bijvoorbeeld door faillissement, dan is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op het geleden liquidatieverlies. Liquidatieverliezen zijn dus wel aftrekbaar.

Wat is een liquidatieverlies?
Het liquidatieverlies dat uw bv in aanmerking mag nemen, bestaat uit het door uw bv destijds opgeofferde bedrag om de deelneming te verkrijgen, verminderd met het totaal dat aan liquidatie-uitkeringen is ontvangen.

Het opgeofferde bedrag is in dit geval het bedrag dat uw bv heeft betaald voor de deelneming, vermeerderd met kapitaalstortingen in de deelneming en verminderd met eventueel meegekocht dividend.

Stel dat uw bv 25% van de aandelen in een andere bv (deelneming) verkrijgt voor € 100.000. Daarna stort uw bv nog een bedrag van € 50.000 in de deelneming. Het opgeofferde bedrag is nu € 100.000 + € 50.000 = € 150.000.

Liquidatie-uitkeringen zijn uitkeringen die uw bv ontvangt bij de liquidatie van de deelneming. Eventueel ontvangen dividenduitkeringen zijn van invloed op de hoogte van de liquidatie-uitkering. Het gaat dan bijvoorbeeld om dividenduitkeringen nadat besloten is tot ontbinding van de deelneming, maar ook dividenduitkeringen uit eerdere jaren tellen mee.

Wanneer is het verlies aftrekbaar?
Een liquidatieverlies is pas aftrekbaar als de deelneming ook echt is geliquideerd, oftewel: op het moment waarop de vereffening van het vermogen van de deelneming is voltooid. Activa zijn verkocht, vorderingen zijn geïnd, schulden zijn afgelost, het batig saldo is vastgesteld en uitgekeerd en alle andere formaliteiten zijn afgerond. Pas dan is de vereffening voltooid.

Langlopende liquidatie
Soms is het mogelijk om een liquidatieverlies eerder in aanmerking te nemen. Bijvoorbeeld in het geval van een langlopend faillissement of een langlopende liquidatie van de deelneming. Dit kan echter pas acht jaar nadat de deelneming in staat van faillissement is verklaard of nadat het besluit tot liquidatie van de deelneming is genomen. Bovendien mag het niet aan uw bv liggen dat de vereffening nog niet is voltooid. Tevens moet uw bv aan de Belastingdienst verklaren dat zij eventuele voordelen - die toch nog zouden kunnen ontstaan uit de deelneming - in aanmerking neemt bij haar winst.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

6. Bent u vrijwilliger? Let op de giftenaftrek!

Wanneer u vrijwilligerswerk doet en u krijgt hiervoor geen vergoeding of u ziet van deze vergoeding af, dan doet u, wellicht ongemerkt, een gift. U mag dan in uw aangifte inkomstenbelasting gebruikmaken van de giftenaftrek. Let echter wel op de voorwaarden.

Belangrijk is dat u vrijwilliger bent bij een ANBI; een algemeen nut beogende instelling. De instelling is aangewezen door de Belastingdienst als ANBI en kan daardoor giften belastingvrij ontvangen. De schenkers of bedrijven kunnen op hun beurt hun gift weer in aftrek brengen van respectievelijk hun inkomen of winst. Voorbeelden van een ANBI zijn een kerk, een welzijnsorganisatie of een inzamelingsactie bij rampen.

Laat de vergoeding maar zitten
Wanneer de betreffende instelling waar u vrijwilliger bent wel een vergoeding kan betalen maar u ziet daarvan af, dan mag u dat bedrag aftrekken als gift. De instelling moet dan daadwerkelijk van plan zijn geweest om deze vergoeding uit te betalen. Dit moet blijken uit een regeling waarin staat dat u voor een vergoeding in aanmerking komt.

Vrijwilligersverklaring niet voldoende
Instellingen kunnen, wanneer zij goed bij kas zitten, maximaal € 1.500 per jaar belastingvrij uitbetalen of de werkelijke kosten vergoeden aan een vrijwilliger. De Belastingdienst zal, zolang de vergoeding onder het bedrag van € 1.500 blijft, de instelling niet controleren. Alleen een vrijwilligersverklaring van de instelling is echter niet voldoende om € 1.500 als gift af te trekken. U moet daadwerkelijk afzien van een vergoeding en de instelling moet daadwerkelijk bereid zijn geweest om u de vergoeding van € 1.500 te betalen. Bovendien moeten hogere kostenvergoedingen altijd aangetoond kunnen worden.

Geen vergoeding en toch giftenaftrek
Kan de instelling u om financiële redenen geen vergoeding uitbetalen? Dan heeft u eveneens recht op giftenaftrek. U mag de kosten als giften aftrekken die naar maatschappelijke opvattingen vergoed horen te worden. Dit zijn bijvoorbeeld reiskosten, portokosten, kosten voor enveloppen, papier of inkt en auto- en taxikosten. Voor autokosten kunt u een vast bedrag van € 0,19 per kilometer meetellen. Voor taxikosten kunt u de werkelijke kosten meetellen.

Giftenaftrek is beperkt
Voor giften geldt een drempelbedrag en een maximum. Het drempelbedrag is 1% van uw drempelinkomen, met een minimum van € 60. Wat u meer schenkt dan dit drempelbedrag, mag u aftrekken. Maar u mag niet meer aftrekken dan het maximum: 10% van uw drempelinkomen.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

7. Hoe om te gaan met de regresvordering op uw bv

Stel uw bv heeft geld nodig en de bank wil alleen een lening verstrekken als u borg staat voor de schuld van uw bv. Een veelvoorkomende situatie in de praktijk. Zolang de bv de schuld gewoon af kan betalen, is er niets aan de hand. Maar wat nu als de bv de lening niet langer kan terugbetalen? De bank zal dan bij u aankloppen om de schuld te voldoen. U krijgt nu een regresvordering op uw eigen bv.

Borgtochtvergoeding: houd het zakelijk!
U staat natuurlijk niet voor niets borg. Sterker nog: u moet een zakelijke borgstellingsvergoeding in rekening brengen. Bij uw bv is deze vergoeding aftrekbaar en bij u is de vergoeding belast in box 1. De terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling) is namelijk van toepassing.

Waarde van de regresvordering
Als uw bv haar schuld aan de bank niet meer kan voldoen, de bank u aanspreekt als borg en u de schuld voldoet, krijgt u een regresvordering op uw bv. Deze valt eveneens onder de tbs-regeling. Op de tbs-balans moet de regresvordering worden opgenomen voor de waarde in het economisch verkeer. In de meeste gevallen is deze waarde echter lager dan het bedrag dat u aan de bank heeft betaald. Daarom heeft de wetgever goedgekeurd dat de regresvordering te boek gesteld mag worden op de verkrijgingsprijs. Dit is het bedrag dat u als borg aan de bank heeft voldaan.

Overige kosten
Het kan zijn dat u kosten heeft gemaakt om uw aansprakelijkheid als borg te beperken. Denk aan advocaatkosten en griffierechten. Deze kosten zijn niet direct aftrekbaar, maar mogen wel worden geactiveerd voor het bedrag dat u heeft betaald. Zij verhogen dus de regresvordering op de balans.

Wanneer ontstaat een regresvordering?
Volgens de wetgever ontstaat een regresvordering pas op het moment dat u als borg de schuld aan de bank heeft betaald. Als blijkt dat de bv de vordering helemaal niet aan u kan betalen, ontstaat ook dan pas een aftrekbaar tbs-verlies. Begin dit jaar besliste de rechter dat een regresvordering al ontstaat op het moment dat de borgtochtovereenkomst met de bank is gesloten. Er is dan sprake van een voorwaardelijke regresvordering en deze kan, samen met een voorwaardelijke borgtochtverplichting aan de bank, al direct op de tbs-balans worden gewaardeerd. Het gevolg is dat, zodra duidelijk wordt dat de bv er slecht voorstaat, een eventueel verlies al aftrekbaar is nog voordat u door de bank als borg wordt aangesproken. De verwachting is dat de Belastingdienst deze uitspraak zal aanvechten. Neem voor advies contact met ons op.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

8. Let op spelregels bij aftrek btw

Als ondernemer kunt u in de aangifte omzetbelasting de aan uw bedrijf in rekening gebrachte btw in aftrek brengen, mits daar ook belaste prestaties voor de btw tegenover staan. Dit moet dan wel gebeuren in het juiste aangiftetijdvak. De inspecteur kan namelijk aftrek weigeren als de btw in een verkeerd tijdvak is aangegeven. Een juiste administratie voorkomt problemen.

Uit uw administratie moet duidelijk blijken hoeveel btw u moet betalen en welke btw u in aftrek brengt. De Belastingdienst verlangt van u als ondernemer dat u van de volgende zaken overzichten per aangiftetijdvak bijhoudt:

  • facturen die u zelf uitschrijft
  • facturen die u moet betalen
  • uitgaven
  • ontvangsten
  • privégebruik van goederen en diensten.

Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een verkoopboek, inkoopboek en kas- en bankboek. Aanvullende eisen voor de administratie gelden wanneer de ondernemer zaken doet met het buitenland of wanneer hij handelt in gebruikte goederen, kunst, antiek of voorwerpen voor verzamelingen.

Vooraftrek
De aftrek van btw wordt ook wel ‘aftrekken als voorbelasting’ genoemd. De vooraftrek bestaat in principe uit een simpel sommetje. Op uw btw-aangifte vermeldt u de btw die u moet betalen over uw omzet. Daarvan trekt u de btw af die uw leveranciers u in die periode in rekening hebben gebracht. Het verschil betaalt u aan de fiscus. Enige nuancering is wel nodig.

Niet alle btw is aftrekbaar
Zo mag u alleen btw aftrekken over betalingen die u doet voor inkopen, kosten en investeringen, met uitzondering van enkele zakelijke uitgaven zoals voor eten en drinken in bijvoorbeeld een restaurant. Deze aangeschafte goederen en diensten moet u vervolgens gebruiken voor omzet die belast is met 19%, 6% of 0% btw. Daarnaast stelt de Belastingdienst eisen aan de factuur die u ontvangt van uw leveranciers.

Aftrek alleen in juiste aangiftetijdvak
De Belastingdienst is streng in het hanteren van de regel dat btw alleen voor aftrek in aanmerking kan komen in het tijdvak waarin deze aan uw bedrijf in rekening is gebracht, en niet in een later tijdvak. Het tijdstip waarop u uw leverancier betaalt, is dus niet bepalend. Daarom is een administratie per aangiftetijdvak zo belangrijk. U moet als ondernemer dus het bedrag aan aftrekbare btw per aangifteperiode berekenen en in de btw-aangifte verwerken. Het op onjuiste gronden (niet) in aftrek brengen van btw kan formeel niet in de btw-aangifte over het laatste tijdvak worden hersteld! De Hoge Raad heeft onlangs de Belastingdienst nog gesteund in deze regel.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Tips nieuwsbrief 2e kwartaal 2011

1. Hulp bij diefstal of fraude eigen personeel (Werkgever)
Eén op de vier werkgevers heeft wel eens te maken gehad met diefstal door eigen personeel. De Kamer van Koophandel, het landelijk overleg Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en veiligheid (CCV) hebben samen een stappenplan ontwikkeld voor werkgevers om diefstal of fraude door eigen personeel te voorkomen of op te sporen. Ga naar www.hetccv.nl/instrumenten/Interne+criminaliteit/Stappenplan.
 
2. Waar kunt u terecht met uw klacht? (Alle belastingplichtigen)
Wie een klacht heeft over de overheid en geen gehoor krijgt, kan terecht bij de Nationale ombudsman. Wat is de rol van de ombudsman en welke overheidsinstanties en gemeenten hebben hun eigen ombudsvoorziening? De Nationale ombudsman heeft een handig overzicht gemaakt waarin onderscheid wordt gemaakt in vier categorieën:

  1. Overheidsinstanties met een eigen ombudsvoorziening,
  2. Overheidsinstanties waarover de Nationale ombudsman klachten behandelt,
  3. Gemeenten waarover de Nationale ombudsman klachten behandelt en 4) Gemeenten met een eigen ombudsvoorziening. Kijk op de website www.nationaleombudsman.nl voor het overzicht en de adressen.

3. Hoge Raad heeft geen probleem met renteconstructie dga (DGA BV)
Heeft u als dga geld geleend van uw bv tegen een bepaalde rente en zet u dit bedrag vervolgens op een privé-internetspaarrekening tegen een hogere rente, dan behaalt u een rentevoordeel. Het resultaat van de lening is in box 3 nihil, omdat de schuld aan uw bv wegvalt tegen de bezitting (internetspaarrekening). De Hoge Raad heeft nu beslist dat een dergelijke renteconstructie is toegestaan en dat het rentevoordeel niet belast is in box 1.

4. Korting AOW-partnertoeslag (Alle belastingplichtigen)
Per 1 juli aanstaande krijgen 65-plussers met een jongere partner die een gezamenlijk inkomen hebben boven de € 30.000, een korting op hun AOW- partnertoeslag van maximaal 10%. Inkomens onder de € 30.000 worden ontzien. Huishoudens die naast de AOW een aanvullend pensioen hebben van ongeveer € 12.000 tot € 15.000, krijgen door de korting op hun toeslag te maken met een inkomensdaling van 2,25%. In 2015 wordt de AOW-partnertoeslag overigens geheel afgeschaft. De Eerste Kamer moet dit voorstel van minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nog goedkeuren.

5. Erfbelastingschulden aftrekbaar in box 3 (Alle belastingplichtigen)
Bij het bepalen van de belastingheffing in box 3 tellen belastingschulden niet mee. Veel mensen vinden dat onrechtvaardig. Daarom is er met ingang van 1 januari 2010 een wijziging gekomen. Erfbelastingschulden en de bijbehorende heffingsrente of invorderingsrente, mogen vanaf die datum wel worden meegenomen in de schulden van box 3. Deze schulden verlagen dus de inkomstenbelasting in box 3.

Let op!
Ook erfbelastingschulden waarvoor nog geen aanslag is opgelegd, worden aangemerkt als box 3-schuld. Verder geldt de nieuwe regeling ook voor erfbelastingschulden die zijn ontstaan vóór 1 januari 2010. Bovendien tellen met erfbelasting vergelijkbare buitenlandse belastingschulden mee.

6. Europa steunt Nederlandse microkredieten (Ondernemer BV)
Nederland krijgt € 2 mln van de Europese Unie voor het verstrekken van microkredieten. Daardoor kunnen meer kleine en startende ondernemers in Nederland een beroep doen op een microkrediet. De Nederlandse microkredietverstrekker Qredits verstrekt zakelijke kredieten tot € 35.000 aan startende en bestaande ondernemers met een goed ondernemingsplan die bij reguliere banken niet terecht kunnen. Aanvullend wordt er een ondernemerscoach aan de ondernemer gekoppeld om de slagingskans te vergroten. Qredits is begin 2009 tot stand gekomen met steun van drie banken (ING, Rabobank, ABN AMRO) en de overheid.

7. Extra geld voor innovatie mkb (Ondernemer BV)
Er komt meer hulp voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) bij het gezamenlijk ontwikkelen van nieuwe producten en processen. Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie voegt € 17 mln euro toe aan de € 9 mln euro die al was vrijgemaakt voor de zogenaamde IPC-regeling (InnovatiePrestatieContracten). Vanaf 1 april 2011 is de vernieuwde en uitgebreide IPC-regeling opengesteld. Met steun van de overheid werken groepen van plusminus tien tot twintig ondernemers daarbij gezamenlijk aan een nieuwe strategie om meer te gaan innoveren. Van de bedrijven die van de regeling gebruikmaken, zegt 86% meer aan R&D (onderzoek en ontwikkeling) te besteden dan voorheen. Ook melden deelnemers een positieve bijdrage aan de winst en geven zij aan dat innovatieplannen anders niet zouden zijn uitgevoerd.

8. Test als internetondernemer uw website! (Ondernemer BV)
Steeds vaker gebruiken ondernemers het internet als verkoopkanaal. In de praktijk blijkt dat internetondernemers niet altijd op de hoogte zijn van alle voorwaarden die gesteld worden door de Belastingdienst. Speciaal voor deze groep ondernemers heeft de Belastingdienst daarom een zelftest ontwikkeld. Via een speciale website (www.belastingdienst.nl/internetondernemers/) kunt u de test doen om te beoordelen of uw website wel voldoet aan alle fiscale en juridische regels.

9. Langere fiscale aftrekbaarheid voor pensioenpremie ZZP'er (Ondernemer)
De Pensioenwet biedt Zelfstandigen Zonder Personeel de mogelijkheid om nog drie jaar vrijwillig pensioen op te bouwen via het pensioenfonds van het bedrijf waar ze het laatst in loondienst waren. De betaalde pensioenpremie is in dat geval fiscaal aftrekbaar. De pensioenuitkering is dan te zijner tijd belast. Staatssecretaris Weekers van Financiën is van plan om de vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw voor ZZP'ers te verlengen. Vanaf 2012 gaat de maximale termijn waarschijnlijk van drie naar tien jaar. De betaalde pensioenpremie is dan dus ook zeven jaar langer aftrekbaar. 

10. Minder kosten voor kleine bedrijven (Ondernemer BV)
Iedere werkgever is verplicht om een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) op te stellen. Hierin legt u vast welke risico's het werk oplevert voor uw werknemers. In een plan van aanpak beschrijft u vervolgens welke maatregelen u neemt om deze risico's te verkleinen. Het resultaat van een RI&E moet worden getoetst door een arbokerndeskundige. Hier is nu verandering in gekomen. De toetsingsverplichting geldt vanaf 1 april niet meer voor bedrijven met ten hoogste 25 werknemers. Zij hoeven geen deskundige hulp meer in te schakelen en dat betekent minder kosten. Wel moeten deze bedrijven gebruikmaken van een RI&E-instrument dat voor hun branche is opgesteld.

11. Verplichte schatting voorlopige aanslag Vpb vervallen (BV)
Aan het begin van het jaar stuurt de Belastingdienst meestal al een voorlopige aanslag voor de te betalen Vennootschapsbelasting voor het komende jaar. Is de voorlopige aanslag te hoog of te laag, dan kan deze gedurende het jaar worden aangepast. Het is voortaan niet langer verplicht om binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar een schatting van de belastbare winst voor de Vennootschapsbelasting in te dienen. Wel kijkt de Belastingdienst dit najaar of het terecht is dat uw bv geen voorlopige aanslag heeft ontvangen. In dat geval ontvangt de bv een brief met het verzoek alsnog een schatting te doen.

12. Verhaal een verkeersboete op uw werknemer (Werkgever)
Als u een verkeersboete niet op uw werknemer verhaalt, dan geniet uw werknemer een voordeel. Dat voordeel is belast als loon, terwijl de boete niet aftrekbaar is als bedrijfskosten. Dit geldt ook als het om een buitenlandse verkeersboete gaat. Een dga kwam hier pijnlijk achter nadat hij in Zwitserland fors te hard reed. De bv verhaalde de opgelegde verkeersboete niet en de dga gaf aan dat hij veel te snel had gereden omdat hij anders te laat was voor een zakelijke afspraak. Zakelijke kosten dus, maar de rechter dacht hier anders over. De verkeersboete was voor de dga gewoon belastbaar loon. De dga had namelijk andere opties dan te hard rijden. Zo had hij bijvoorbeeld eerder kunnen vertrekken, de afspraak kunnen verzetten of zijn vertraging telefonisch kunnen melden.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Nieuwsbrieven | Tips & Adviezen

Nieuwsbrieven van uw SRA - Kantoor

Archief

Krijg het laatste nieuws direct in uw inbox!

Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze site de uiterste zorg is nagestreefd, wordt iedere aansprakelijkheid uitgesloten voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op of via deze site (links) beschikbaar is.

Although at composing the contents of this site the extreme care has been pursued, every liability is excluded for inadequacies, incompletions and possible impact of acting on the basis of information which is on or by means of this site (links) available.

Terug naar boven