Edwin Kroon AA/RB

  • Accountant en Register Belastingadviseur

"Voor zeer persoonlijke dienstverlening aan zelfstandige ondernemers, vrije beroepsbeoefenaren, verenigingen, stichtingen en particulieren."

Nieuwsbrief - 4e kwartaal 2008

1. Prinsjesdag: Wat zijn de plannen voor 2009?

Op Prinsjesdag zijn de belastingplannen voor het komende jaar bekendgemaakt. Hoewel de Tweede en Eerste Kamer hun goedkeuring nog moeten geven, leert de ervaring dat er weinig wijzigingen zullen zijn. De belangrijkste voorstellen treft u onderstaand aan.

Voor u als ondernemer

  • Bent u ondernemer voor de inkomstenbelasting dan profiteert u volgend jaar van een hogere mkb-vrijstelling. De vrijstelling in 2009 bedraagt 10,7 procent (10 procent in 2008). Daarnaast profiteert de startende ondernemer van een hogere startersaftrek. De zelfstandigenaftrek daarentegen wordt volgend jaar niet verhoogd.
  • Betaalt u over uw winst vennootschapsbelasting, dan heeft u een onverwachte meevaller. Het kabinet heeft namelijk besloten om de tweede schijf van 23 procent te laten vervallen. Bedraagt de winst over 2008 minder dan 250.000 euro dan is het belastingtarief 20 procent. Heeft u meer dan 250.000 euro winst dan wordt het meerdere belast tegen 25,5 procent. Dit is overigens een tijdelijke maatregel. In 2009 zijn de tarieven weer ‘normaal’ en is de tweede schijf van 23 procent weer terug. Indien mogelijk kunt u nog geplande kosten voor 2008 het beste uitstellen tot 2009.
  • De voorgestelde btw-verhoging gaat niet door. Het btw-tarief van 19 procent geldt ook in 2009.
  • Het grensbedrag voor de kwartaalaangifte btw wordt verhoogd naar 15.000 euro (2008: 7.000 euro). Meer ondernemers hoeven dus minder vaak aangifte te doen.
  • Vanaf volgend jaar is het mogelijk om wijzigingen van de voorlopige aanslagen of voorlopige teruggaven digitaal aan te vragen.
  • De definitie voor speur- en ontwikkelingswerk wordt met ingang van 1 januari 2009 verruimd. De ontwikkeling van technische nieuwe programmatuur, waarbij gebruik wordt gemaakt van al bestaande componenten, valt voortaan ook onder de regeling.

Voor u als werkgever

  • Het kabinet is van plan om het werknemersdeel van de WW-premie op nul te stellen. Daarnaast wordt ook het werkgeversdeel in 2009 verlaagd.
  • De algemeen geldende verplichting tot eerstedagsmelding vervalt per 1 januari 2009.
  • Vanaf 1 januari 2010 hoeft u onjuistheden in de aangifte loonheffingen niet meer via een correctiebericht te melden. U kunt de fout dan herstellen in de eerstvolgende aangifte die betrekking heeft op hetzelfde kalenderjaar.
  • Het wettelijk recht op ouderschapsverlof wordt volgend jaar uitgebreid naar 26 weken.

Voor u als burger

  • De algemene heffingskorting bedraagt volgend jaar 2.007 euro.
  • De ouderschapsverlofkorting wordt hoger. U heeft recht op deze korting als u gebruik maakt van uw wettelijk recht op ouderschapsverlof. Met ingang van 2009 hoeft u daarbij niet meer verplicht deel te nemen aan de levensloopregeling.
  • In de lijfrentesfeer is een aantal wijzigingen/vereenvoudigingen. Vanaf volgend jaar kunt u een kleine lijfrente (waarde maximaal 4.000 euro) afkopen zonder dat u revisierente verschuldigd bent. Heeft u een pensioentekort dan kunt u de door u betaalde lijfrentepremie in aftrek brengen. Kunt u niet de volledige premie aftrekken dan moest u voorheen dat gedeelte van de aanspraak verantwoorden in box 3. Deze splitsing leidt in de praktijk echter tot de nodige problemen. Met ingang van 2009 moet u de uitkeringen uit een kwalificerende oudedags- of nabestaandenlijfrente altijd volledig in box 1 aangeven. Heeft u in het verleden niet de volledige lijfrentepremies kunnen aftrekken, dan zal de uitkering gedeeltelijk worden vrijgesteld in box 1. Tot slot wordt de maximumpremiegrondslag verhoogd naar 153.221 euro.


Terug naar boven | Terug naar Nieuws

2. Iedereen die kan werken, moet werken

De regering wil de komende jaren de arbeidsparticipatie verhogen. Zoals H.M. de Koningin in de troonrede al aangaf: "Wie kan, moet meedoen". Het is noodzakelijk dat meer mensen aan de slag gaan en blijven. Om dit de bewerkstelligen is een aantal maatregelen gepresenteerd in de Rijksbegroting.

Werkende ouders
Werken beide ouders dan is vaak de ouder die in deeltijd werkt ook degene die het minst verdient. Om te stimuleren dat de minst verdienende ouder meer uren gaat werken wordt per 1 januari 2009 de inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting (IACK) geïntroduceerd. Het vaste bedrag van de aanvullende combinatiekorting bedraagt 770 euro en kan oplopen tot maximaal 1.764 euro.

Kinderopvang blijft aantrekkelijk
Voor ouders die betaalde arbeid verrichten blijft de kinderopvang aantrekkelijk. Wel bent u in 2009 iets meer kwijt aan eigen bijdrage. De lagere inkomens zijn gemiddeld 5 euro per maand duurder uit en de midden- en hogere inkomens gaan tussen de 15 en 65 euro per maand extra bijdragen. Hoeveel u het komende jaar zelf moet bijdragen aan de kosten van de kinderopvang kunt u berekenen met de kostencalculator. Deze kunt u terugvinden op de website van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (www.minocw.nl/kinderopvang).

In 2009 vervangt het kindgebonden budget de huidige kindertoeslag. Gezinnen met kinderen hebben recht op een bijdrage per kind. Is het bruto gezinsinkomen lager dan 29.413 euro dan ontvangt u de maximale bijdrage. Bij een hoger gezinsinkomen wordt het budget geleidelijk afgebouwd naar 0 euro.
 
Langer doorwerken
Ouderen worden met de doorwerkbonus vanaf volgend jaar gestimuleerd om langer door te werken. De doorwerkbonus is er voor mensen die ook na hun 61ste blijven werken. De bonus bedraagt een percentage van het inkomen en wordt gegeven in de vorm van een korting op de te betalen inkomstenbelasting. De hoogte is afhankelijk van de leeftijd. Daarnaast moet het inkomen uit arbeid meer bedragen dan 8.860 euro. In onderstaande tabel kunt u zien hoe hoog de bonus is.

Leeftijd626364656666 (ev)
Bonus Percentage5%7%10%2%2%1%
Maximaal€ 2.296€ 3.214€ 4.592€ 918€ 918€ 459


Houdbaarheidsbijdrage
Naast de hierboven genoemde doorwerkbonus wordt er vanaf 2011 een zogeheten houdbaarheidsbijdrage naar draagkracht gevraagd. Om de oudedagsvoorziening te kunnen blijven financieren wordt aan ouderen een bijdrage over een deel van hun inkomen gevraagd. Bent u vóór 1 januari 1964 geboren, dan verandert er voor u niets.

Stimulerende maatregelen voor werkgevers
Werkgevers worden gestimuleerd om ouderen, langdurig werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten in dienst te nemen. U krijgt vanaf 2009 drie jaar lang een korting van 6.500 euro op de WW- en arbeidsongeschiktheidspremies, indien u een werknemer in dienst neemt van 50 jaar of ouder met een uitkering. Heeft u een werknemer van 62 jaar of ouder die bij u in dienst blijft dan ontvangt u drie jaar lang een premiekorting van 2.750 euro per jaar. Met ingang van 2013 bedraagt de premiekorting 6.500 euro.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

3. Waardeoverdracht pensioen zorgt voor problemen bij werkgevers

Een werknemer die verandert van werkgever, heeft het recht om zijn opgebouwde pensioenaanspraken mee te nemen naar de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever.
Voor u als nieuwe werkgever kan deze waardeoverdracht behoorlijke financiële consequenties hebben.

Waarom kiest een werknemer voor waardeoverdracht?
Als een werknemer van baan verandert, stopt zijn pensioenopbouw bij zijn oude werkgever.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft een onderzoek laten uitvoeren en hieruit blijkt dat werknemers die kiezen voor waardeoverdracht dit vaak doen om de volgende redenen:

  • Overzicht en eenvoud. Door alle pensioenaanspraken bij een pensioenfonds- of verzekeraar onder te brengen heeft een werknemer een duidelijk beeld van zijn opgebouwde rechten en de hoogte van het pensioen.
  • Angst voor pensioenbreuk. Deze angst is niet altijd reëel. Waardeoverdracht hoeft niet altijd gunstig te zijn. De meeste pensioenregelingen zijn de laatste jaren sterk vereenvoudigd. Daarbij maakt het groot verschil of de nieuwe regeling uitgaat van bijvoorbeeld eind- of  middelloon.

De nieuwe werknemer moet binnen zes maanden na deelneming aan uw pensioenregeling aangeven of hij gebruik wil maken van de mogelijkheid tot waardeoverdracht. U als werkgever moet hier aan meewerken en uw pensioenuitvoerder hierover informeren. Met de hele procedure is de werknemer al gauw een jaar kwijt.

Wat betekent de waardeoverdracht voor u als werkgever?
De waardeoverdracht kan u als werkgever veel geld kosten. Met name als de nieuwe werknemer overstapt van een pensioenfonds en u een pensioenregeling heeft bij een verzekeraar. Met ingang van 1 januari 2008 dient de overdrachtswaarde berekend te worden op basis van de marktrente. Deze bedraagt 4,926 procent in 2008. Een pensioenfonds is verplicht om de pensioenaanspraken uit te rekenen tegen deze marktrente. Veel verzekeraars hanteren echter een rekenrente van 3 procent. Het verschil moet u als nieuwe werkgever aanvullen.

Een voorbeeld ter verduidelijking:
Stel dat u een werknemer in dienst neemt van dertig jaar. De werknemer heeft aan jaarlijkse ouderdomspensioen 10.000 euro bij een pensioenfonds opgebouwd. De bijbehorende overdrachtswaarde wordt berekend tegen 4,926% en bedraagt ongeveer 60.000 euro. Nadat uw pensioenverzekeraar deze overdrachtswaarde heeft ontvangen zal deze een nieuwe berekening maken en daarbij uitgaan van een rekenrente van 3 procent. Uit deze berekening volgt dat voor dezelfde pensioentoezegging (10.000 euro per jaar) de verzekeraar een bedrag van ongeveer 100.000 euro moet reserveren. Er ontstaat dus een tekort van 40.000 euro. Dit tekort moet door u als nieuwe werkgever aangevuld worden.

U wordt dus als werkgever geconfronteerd met een forse bijbetaling. De omgekeerde situatie kan echter ook het geval zijn. Bent u de oude werkgever en neemt uw ex-werknemer zijn pensioenaanspraken mee, dan krijgt u de teveel gereserveerde voorziening terug.

Conclusie
Voordat u een arbeidscontract aanbiedt is het wellicht verstandig om met de nieuwe werknemer afspraken te maken over een mogelijke waardeoverdracht en de financiële consequenties in kaart te brengen. Laat u bij waardeoverdracht altijd bijstaan door een adviseur. De materie is uitermate ingewikkeld.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

4. DGA en echtscheiding: eerst uw echtgeno(o)te en dan ook uw BV kwijt?

Tegenwoordig strandt één op de drie huwelijken. De financiële gevolgen van een echtscheiding kunnen zo groot zijn dat het bestaan van uw BV in gevaar kan komen. De gevolgen zijn met name afhankelijk van de vraag of u gehuwd bent in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden.

De meeste mensen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Bij echtscheiding hebben beide partners dan recht op de helft van het gemeenschappelijk vermogen. Veel DGA’s zijn echter gehuwd op huwelijkse voorwaarden. Eén van de redenen hiervoor is dat het vermogen van de partner beter beschermd is mocht de BV failliet gaan. Huwelijkse voorwaarden kunnen echter ook de financiële gevolgen bij echtscheiding beperken.

Huwelijkse voorwaarden
Er zijn grofweg drie verschijningsvormen van huwelijkse voorwaarden:

  1. Koude uitsluiting. Dit betekent dat iedere gemeenschap van goederen is uitgesloten en dat er geen sprake is van verrekenbedingen. Iedere partner heeft zijn eigen vermogen. Bij echtscheiding  kan de partner van de DGA alleen aanspraak maken op een bedrag aan alimentatie.
  2. Jaarlijks (periodiek) verrekenbeding. Jaarlijks worden de besparingen uit het inkomen verrekend. Soms wordt in de huwelijkse voorwaarden ook meegenomen dat de winst die de BV jaarlijks maakt, meegenomen wordt in de verrekening. Het is belangrijk om ook daadwerkelijk te verrekenen. Bij echtscheiding kan de rechter anders alsnog bepalen dat iedere partner recht heeft op de helft van het vermogen.
  3. Finaal verrekenbeding. Bij echtscheiding of bij overlijden worden de vermogens verdeeld alsof er sprake was van gemeenschap van goederen.

Echtscheiding en aanmerkelijk belang
Bent u in gemeenschap van goederen gehuwd dan vallen de aandelen die u bezit onder het gemeenschappelijk vermogen. Bij echtscheiding heeft uw partner recht op de helft van de aandelen van de BV. Bij de boedelverdeling kan worden afgesproken dat u als DGA de aandelen van de partner krijgt toebedeeld. De verdeling van aandelen is in principe een belaste vervreemding voor de inkomstenbelasting. Om te voorkomen dat er moet worden afgerekend kent de wet een doorschuifregeling. Uiteraard zult u als overnemer van de aandelen uw ex-partner moeten uitkopen. In de huwelijkse voorwaarden kunt u afspraken maken omtrent het aandelenbezit en de verdeling bij scheiding.

Echtscheiding en terbeschikkingstellingsregeling
Stelt u vermogensbestanddelen (bijvoorbeeld een pand) ter beschikking aan uw BV dan is het onder andere afhankelijk van het huwelijksgoederenregime wie de voordelen aangeeft in box 1 van de inkomstenbelasting. Bent u in gemeenschap van goederen gehuwd dan geven beide partners in principe de helft van de inkomsten op. Bij een echtscheiding is de helft van het pand van de ex-partner. Wilt u het volledige pand in uw bezit houden dan zult u uw ex moeten uitkopen. Ook hier kan gebruik gemaakt worden van een doorschuifregeling in de inkomstenbelasting. Blijkt uit de huwelijkse voorwaarden dat het pand volledig in uw vermogen valt dan hoeft u uw ex-partner niet uit te kopen.
 
Echtscheiding en pensioen in eigen beheer
Vanwege liquiditeitsbesparing wordt het pensioen vaak in eigen beheer opgebouwd. Met name bij echtscheiding kan dit de nodige problemen opleveren. De Hoge Raad heeft in 2007 beslist dat de ex-partner het recht heeft te eisen dat zijn of haar pensioenaanspraak wordt ondergebracht bij een externe pensioenverzekeraar. U kunt als DGA alleen onder deze verplichting uitkomen als u kunt aantonen dat afstorting van het pensioen de continuïteit van de BV in gevaar brengt. Daarbij is het niet voldoende dat u niet beschikt over voldoende liquiditeiten. U moet tevens aannemelijk maken dat u ook het geld niet kunt lenen. In de huwelijkse voorwaarden kunt u samen afspreken hoe de pensioenaanspraken worden verdeeld ingeval van scheiding.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

5. Besparing successierecht door levensverzekering tussen familieleden.

Als iemand overlijdt dan worden de erfgenamen geconfronteerd met een belastingheffing (successierecht) over hetgeen zij erven. Steeds opnieuw is de praktijk op zoek naar mogelijkheden om binnen de grenzen van de wet successierecht te besparen. De Hoge Raad (het hoogste gerechtshof op het gebied van belastingzaken) heeft onlangs nogmaals beslist dat de uitkering uit een levensverzekering die is afgesloten tussen familieleden, niet belast is met successierecht.

Overlijden voor einde looptijd
De zaak was als volgt: een man van zesenveertig jaar en getrouwd op huwelijkse voorwaarden, sluit in 1995 een overlijdensrisicoverzekeringen af met zijn vrouw en twee kinderen. De man treedt daarbij zelf op als verzekeraar en als verzekerde (degene van wiens leven of dood de uitkering afhankelijk is). In de overlijdensrisicoverzekering is opgenomen dat, indien de man vóór 21 december 2005 zou komen te overlijden, zijn vrouw een bedrag van 2.000.000 gulden uitgekeerd zou krijgen en zijn kinderen ieder een bedrag van 3.000.000 gulden. Zijn vrouw en kinderen zijn jaarlijks premie verschuldigd. Ieder jaar schenkt de man een bedrag aan zijn vrouw en kinderen ter grootte van de door hen te betalen premies. Op 7 december 2000 komt de man te overlijden. De belastinginspecteur is van mening dat hier artikel 13 van de Successiewet van toepassing is en belast de uitkeringen met successierecht.

Successiewet niet van toepassing
Volgens artikel 13 van de Successiewet zijn uitkeringen uit levensverzekeringen belast met successierecht, indien de uitkeringen plaatsvinden door het overlijden van de erflater. Voorwaarde is wel dat er ‘iets aan het vermogen van de erflater is onttrokken’. Oftewel, zou de nalatenschap van een overledene groter zijn geweest in het geval dat er geen levensverzekering zou zijn afgesloten? De Hoge Raad besliste echter anders! De uitkeringen uit de overlijdensrisicoverzekeringen zijn niet belast met successierecht en wel om de volgende redenen:

  • De overeenkomsten tussen de man, zijn vrouw en zijn kinderen waren op zakelijke gronden afgesloten. Ook de premies waren op zakelijke wijze berekend.
  • De uitkeringen zouden niet belast zijn als de overeenkomsten waren aangegaan met een levensverzekeringsmaatschappij.
  • Artikel 13 van de Successiewet is niet van toepassing omdat niets uit het vermogen van de man is onttrokken. De premies werden immers betaald uit het vermogen van de kinderen en dat van zijn vrouw, met wie de man op huwelijkse voorwaarden was gehuwd. Dat de man de premies heeft geschonken maakt daarbij geen verschil. Bovendien is er al schenkingsrecht geheven over de schenkingen.

Tot slot
Alhoewel deze constructie kan leiden tot een besparing van successierechten is voorzichtigheid geboden. De besparing doet zich ook alleen maar voor als de verzekerde tijdens de looptijd van de verzekering overlijdt. Bij overlijden na de looptijd, is er geen sprake meer van een overlijdensrisicoverzekering en erven de nabestaanden hun ‘volle erfdeel’. En dat terwijl er ook al schenkingsrecht is geheven over de destijds geschonken premies. Als het aan Staatssecretaris De Jager van Financiën ligt heeft de huidige Successiewet zijn langste tijd gehad. In 2009 komt hij met een wetsvoorstel voor een nieuwe Wet schenk-en erfbelasting. Het doel is om vereenvoudigingen aan te brengen en constructies te bestrijden.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

6. Controle Belastingdienst?: uw rechten en plichten

Soms heeft de Belastingdienst nog vragen naar aanleiding van een door u ingediende aangifte. U krijgt dan het schriftelijke verzoek om aanvullende informatie te verstrekken. Ook kan het gebeuren dat een belastinginspecteur voor controle bij uw bedrijf langskomt. Bent u verplicht om aan ieder verzoek mee te werken en wat zijn uw rechten als belastingplichtige?

Informatieplicht
De regels voor informatieplicht zijn vastgelegd in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Volgens deze wet bent u verplicht om ‘desgevraagd’ aan de inspecteur de gegevens en inlichtingen te verstrekken die nodig zijn om de correcte belastingschuld vast te stellen. Het gaat dan om informatie uit uw boekhouding, maar ook informatie uit andere bescheiden en gegevensdragers. U hoeft echter niet méér gegevens te verstrekken dan nodig zijn om te kunnen bepalen hoeveel belasting u moet betalen. Hoe u dat moet vaststellen is niet geheel duidelijk. Bij de introductie van de elektronische winstaangifte werd door de Belastingdienst aangegeven dat alle voor een correcte aanslag noodzakelijke informatie in de aangifte was opgenomen. Dit standpunt zou dus leiden tot de conclusie dat er geen aanvullende informatie opgevraagd zou hoeven worden. Dit is echter niet het geval.

Vaak geeft de inspecteur zelf aan welke gegevens hij nog nodig heeft. Daarbij mag hij u niet onredelijk belasten door bijvoorbeeld aan u te vragen om honderden bankafschriften op te sturen. Er moet evenwicht zijn tussen het belang van de informatie en de inspanning die het u kost om de gevraagde gegevens te verstrekken. Het aanleveren van de gevraagde informatie, mits redelijk, lijkt ook verstandig omdat een inspecteur meer (machts) middelen heeft om de informatie te verkijgen. Indien u van mening bent dat een inspecteur buitenproportioneel handelt kunt u proberen met hem in overleg te gaan of in het uiterste geval een klacht indienen. Realiseer u daarbij echter altijd dat de inspecteur meer mogelijkheden heeft.

Op grond van de AWR bent u ook verplicht om de inspecteur toegang te verlenen tot uw bedrijf. U moet meewerken als de Belastingdienst bij u op bezoek komt om de boekhouding of andere zaken te controleren. Er zijn drie vormen van controles:

1. Boekenonderzoek
Een boekenonderzoek is een controle van uw administratie en uw aangiften. De Belastingdienst onderzoekt een periode of bepaalde onderdelen van de aangifte en/of de administratie. Een boekenonderzoek wordt altijd vooraf aangekondigd. Mocht het over een bepaald onderdeel gaan dan zal dat ook van te voren kenbaar worden gemaakt.

2. Bedrijfsonderzoek
Het doel van een bedrijfsonderzoek is het verzamelen van informatie en het verkrijgen van inzicht in uw administratie. De controle is niet gericht op een specifieke aangifte.

3. Waarneming ter plaatse
Bij waarneming ter plaatse komt de Belastinginspecteur langs om inzicht te krijgen in de dagelijkse gang van zaken in uw bedrijf. U krijgt bijna altijd vooraf een aankondiging, maar meestal wordt niet bekend gemaakt wanneer de inspecteur komt. Vervolgbezoeken worden vaak niet vooraf aangekondigd.

Meewerken is verplicht
U moet alle gegevens en inlichtingen verstrekken die voor de controle van belang kunnen zijn. U moet inzage geven in uw administratie en de Belastinginspecteur heeft het recht om kopieën hiervan te maken. U bent echter niet verplicht om inzage te geven in de fiscale adviezen die u van uw belastingadviseur heeft ontvangen. Zorg er altijd voor dat de inspecteur alleen inzicht krijgt in de gegevens waar hij om heeft gevraagd en waar hij recht op heeft. Screen daarom vooraf alle dossiers, of beter (omdat tijdens het bezoek u er wellicht niet aan denkt): houd de fiscale adviezen gescheiden van uw overige administratieve bescheiden. Als de inspecteur er om vraagt zijn u en uw werknemers verplicht een geldig identiteitsbewijs te tonen. Tot slot heeft de Belastingdienst het recht om informatie te verzamelen die betrekking heeft op derden. Uit uw boekhouding kan de inspecteur dus gegevens halen die relevant zijn voor een onderzoek bij bijvoorbeeld één van uw leveranciers of zelfs afnemers.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

7. Ontslagrecht: strenge regels blijven voorlopig!

De kredietcrisis heeft grote gevolgen voor het bedrijfsleven, dus ook voor u als mkb-ondernemer. Geld lenen wordt duurder en de eerste saneringen kondigen zich al aan. Personeel ontslaan is altijd een vervelende aangelegenheid, maar stel dat u straks minder opdrachten heeft, de kosten toenemen en u tot het inzicht komt dat u er niet aan ontkomt: Hoe pakt u dat het beste aan?

Er zijn drie mogelijkheden om de arbeidsrelatie met uw personeel te beëindigen:

  1. Ontslag zonder toestemming van buitenaf
    In de volgende gevallen kunt u uw werknemer ontslaan zonder toestemming van Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) of de kantonrechter:
    • Als u en uw werknemer het eens zijn over het ontslag, kunt u uit elkaar gaan ‘met wederzijds goedvinden’ (rekening houdend met de geldende opzegtermijn).
    • Ontslag tijdens de proeftijd is mogelijk, als deze vooraf schriftelijk en geldig is overeengekomen. De duur van de proeftijd is maximaal 2 maanden.
    • Een contract voor bepaalde tijd met een specifieke einddatum loopt van rechtswege af. U moet de werknemer informeren dat het contract niet wordt verlengd, anders loopt de arbeidsovereenkomst door.
    • Bij ontslag op staande voet wordt het arbeidscontract direct beëindigd, zonder toestemming van CWI of kantonrechter. Dit kan alleen als daar dringende redenen voor zijn, bijvoorbeeld diefstal. Ontslag op staande voet wordt vaak door de werknemer aan de kantonrechter voorgelegd. U zult bij de kantonrechter moeten aantonen dat er een dringende reden was voor het ontslag.
  2. Ontslag via het Centrum voor werk en Inkomen (CWI)
    Als u een werknemer om bedrijfseconomische reden wilt ontslaan en u kunt de hierboven genoemde ontslaggronden niet gebruiken, moet u toestemming aan het CWI vragen. In deze aanvraag geeft u aan wat de reden van het ontslag is en u moet bewijzen dat u voldoende inspanningen heeft geleverd om ontslag te voorkomen. De werknemer wordt in de gelegenheid gesteld zich te verweren. Als u een goedkeurende beslissing krijgt van het CWI kunt u de arbeidsovereenkomst opzeggen.
  3. Ontslag via de kantonrechter
    In plaats van het CWI  in te schakelen kunt u ervoor kiezen de kantonrechter te vragen om  ontbinding van het arbeidscontract. Een reden om hiervoor te kiezen is bijvoorbeeld het omzeilen van de ontslagbescherming. Dit geldt bijvoorbeeld bij zwangerschap en bevallingsverlof of als de werknemer lid is van een ondernemingraad of personeelsvereniging;

De actualiteit
Al jaren gaan er stemmen op om het ontslagrecht zoals hierboven is omschreven te vereenvoudigen. Discussies hierover zijn echter steeds vastlopen. Eind 2007 kreeg de commissie Bakker dan ook de opdracht om te adviseren over het structureel verhogen van de arbeidsparticipatie tot 80% van de beroepsbevolking. Het advies van de commissie Bakker werd afgelopen juni bekendgemaakt. Hierin worden enkele wijzigingen in het ontslagrecht voorgesteld. Bijvoorbeeld dat het CWI/ de rechter niet meer voorafgaand aan het ontslag toetst, maar de werknemer dit achteraf te laten doen. Bovendien is voorgesteld de WW zó aan te passen dat een deel van het ontslagrecht overbodig wordt.
Begin september hebben Minister Donner van Sociale Zaken, de FNV en de VNO-NCW vervolgens een principeakkoord gesloten over de ontslaguitkeringen. Resultaat is dat het ontslagrecht voorlopig niet versoepeld wordt. Wél is een maximale ontslagvergoeding afgesproken; wie 75.000 euro of meer verdient, krijgt niet meer dan één jaarsalaris mee bij ontslag. De vakcentrales CNV en MHP hebben het akkoord deze week in grote lijnen onderschreven. 

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

8. Verpakkingenbelasting vereenvoudigd

Brengt u als producent of importeur 15.000 kilo of meer verpakte producten of (lege) verkooppuntverpakkingen voor de eerste keer op de Nederlandse markt, dan krijgt u sinds dit jaar te maken met de verpakkingenbelasting. De bedoeling is dat deze bijdraagt aan het terugdringen van de hoeveelheid verpakkingen, het hergebruik van verpakkingsmaterialen en het gebruik van materialen die minder schadelijk zijn voor het milieu. Omdat de verpakkingenbelasting al bij veel ondernemers voor problemen heeft gezorgd komt de regering nu met een aantal vereenvoudigingsvoorstellen.

1. Aanpassing definitie verpakkingenbelasting
De definitie van verpakkingen wordt aangepast. Verpakkingen die als logistieke hulpmiddelen functioneren of die een andere functie hebben dan verpakking worden niet meer belast. U kunt hierbij onder andere denken aan pallets, grote kratten, vaten en bigbags met een inhoud vanaf 250 liter.

2. Halvering van het aantal tarieven
Het onderscheid tussen primaire en secundaire/ tertiaire verpakking komt te vervallen. Hierdoor neemt het aantal tarieven af van zestien naar acht. Daarnaast komt er een algemeen tarief voor bedrijven die in hun administratie geen goede uitsplitsing kunnen maken naar materiaalsoorten. Het algemeen tarief ligt iets boven het gemiddelde tarief. Kunt u aannemelijk maken dat u geen gebruik maakt van hoogbelaste materialen dan kan het algemeen tarief worden verlaagd.

3. Vaststellen van een forfait voor geïmporteerde producten
Voor bedrijven die producten invoeren kan het lastig zijn om de hoeveelheid verpakkingen vast te stellen. Deze bedrijven kunnen bij de belastinginspecteur een verzoek indienen tot het vaststellen van een forfait. Dit forfait geldt dan voor maximaal vijf jaar.

4. Geen aparte opgave voor componenten
Componenten worden vaak in verpakkingen verwerkt. Voorbeelden zijn de nietjes in een kartonnen doos of de etiketten die op een fles wijn zijn geplakt. Deze hoeven niet apart te worden opgegeven maar kunnen worden meegenomen in het gewicht van de verpakking zelf.

5. Wijziging concerndefinitie
Onder de concerndefinitie valt alleen nog de fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Franchiseorganisaties zijn dus niet verplicht om gezamenlijk aangifte te doen. Voor de praktijk betekent dit dat de meeste franchiseondernemers niet langer onder verpakkingenbelasting vallen omdat zij minder dan 15.000 kilo verpakkingen per jaar op de markt brengen.

6. Wijziging definitie importeur
Als importeur wordt aangemerkt de ondernemer voor wie de geïmporteerde producten bestemd zijn en dus niet de transporteur die de verpakte producten vervoert.

7. Verschuiving belastingheffing van loonverpakker naar opdrachtgever
Loonverpakkers verlenen verpakkingsdiensten en zijn geen eigenaar van het te verpakken product. De opdrachtgever is dat wel en weet bovendien beter hoeveel en welk soort verpakkingen worden gebruikt. Daarom wordt de belastingheffing verlegd naar de opdrachtgever.

8. Verlaging tarief biokunststof
Het tarief voor biokunststof wordt gelijkgesteld aan het tarief voor papier/ karton.

9. Wijziging behandeling verkooppuntverpakking
Verkooppuntverpakkingen zijn bijvoorbeeld tasjes, frietbakjes en koffiebekers. De ondernemer die voor het eerst een ‘gevulde’ verkooppuntverpakking in Nederland ter beschikking stelt, wordt belastingplichtig. Producenten van verkooppuntverpakkingen worden dus niet meer met de verpakkingenbelasting geconfronteerd.

10. Teruggaafregeling bij indirecte export
Van indirecte export is sprake als u producten exporteert die u hebt gekocht bij een Nederlandse leverancier en deze leverancier heeft hierover al verpakkingenbelasting betaald. Er komt een teruggaafregeling voor exporteurs die meer dan 15.000 kilo verpakkingen exporteren.

Tot slot
Een aantal van de voorstellen zal waarschijnlijk met terugwerkende kracht per 1 januari 2008 gaan gelden. Op dit moment is nog niet duidelijk om welke vereenvoudigingen het gaat omdat de voorstellen nog moeten worden goedgekeurd door de Tweede en de Eerste Kamer.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Tips nieuwsbrief 4e kwartaal 2008

1. Basisnorm consumptief krediet aangescherpt (alle belastingplichtigen)
Steeds meer Nederlanders komen door onverantwoord lenen in financiële problemen. Alvorens een kredietovereenkomst wordt afgesloten dient een kredietverlener te beoordelen of het wel verantwoord is om geld te lenen. In de praktijk is hiervoor een basisnorm vastgesteld. Dit is het minimale bedrag dat een consument (na aftrek van de kosten van de lening) maandelijks moet overhouden om in zijn dagelijkse levensbehoefte te kunnen voorzien. Om het risico van overkreditering te beperken is de basisnorm verhoogd en wordt meer rekening gehouden met de gezinssituatie. Daarnaast is de norm afhankelijk gemaakt van het inkomen. Iemand met een hoger inkomen heeft immers hogere vaste lasten.

2. Voordelig lenen aan startende ondernemers (alle belastingplichtigen)
Wie een startende ondernemer financieel steunt middels een ‘tante-Aghaatlening’, kan rekenen op een aantal aantrekkelijke fiscale faciliteiten. De lening valt bijvoorbeeld in box 3 onder beleggingen in durfkapitaal en dat levert een extra vrijstelling op. Daarnaast is er een extra heffingskorting van 1,3 procent van de vrijgestelde bedragen. De lening moet dan wel voldoen aan een aantal wettelijke vereisten. Zo moet de Belastingdienst een ‘verklaring beginnende ondernemer’ afgeven en moet de leenovereenkomst binnen vier weken na de overeenstemming zijn geregistreerd. Wilt u meer weten over de voorwaarden en de fiscale voordelen, neem dan contact op met uw adviseur.

3. Percentage heffingsrente opnieuw verhoogd (alle belastingplichtigen)
Het percentage heffings- en invorderingsrente is voor het vierde kwartaal 2008 vastgesteld op 5,45% (5,15% derde kwartaal 2008). U kunt de heffingsrente beperken door tijdig een voorlopige aanslag aan te vragen en/of te betalen. Als de Belastingdienst een voorlopige aanslag ‘ambtshalve vermindert’ dan wordt er geen heffingsrente vergoed. De Rechtbank Breda heeft onlangs op 3 juli 2008 beslist dat dit niet terecht is. Tegen deze uitspraak is door de Belastingdienst hoger beroep ingesteld. Ontvangt u een ambtshalve vermindering, neem dan contact op met uw belastingadviseur. Deze kan voor u beoordelen of het zinvol is om bezwaar te maken.

4. Subsidieregeling duurzame warmte (alle belastingplichtigen)
Bent u van plan om in uw woning een zonneboiler, warmtepomp of een microwarmtekrachtketel te plaatsen, dan komt u vanaf september in aanmerking voor de ‘subsidieregeling duurzame warmte’. De subsidie is alleen van toepassing op bestaande woningen en gebouwen. Meer informatie treft u aan op de site van Senternovem (www.senternovem.nl).

5. Bewaartermijn kassabonnen (bv/ondernemer)
U bent als ondernemer verplicht om uw administratie zeven jaar te bewaren. Met name in de detailhandel levert het nogal wat problemen op om papieren kassabonnen en kassarollen al die tijd te bewaren. Volgens de Staatssecretaris van Financiën is dat ook niet noodzakelijk. De gegevens moeten dan wel digitaal beschikbaar zijn en de digitale versie moet wel voldoen aan de wettelijke bewaartermijn.

6. Attentiepunten Kerstpakket (Werkgever)
Wilt u uw werknemers een kerstpakket geven? Verwerk dit correct in de loonadministratie. Het kerstpakket vormt loon belast tegen een bijzonder tarief van 20% eindheffing voor zover de waarde in het economische verkeer van geschenken in totaal per kalenderjaar niet meer is dan € 70. Het moet dan wel gaan om een zogenaamd naturageschenk (dus een cadeautje en geen geld).

7. Reïntegratiekosten nu ook te verhalen op veroorzaker (Werkgever)
Een werknemer kan arbeidsongeschikt raken buiten zijn eigen schuld om. Hij wordt bijvoorbeeld aangereden. Als werkgever bent u verplicht om gedurende twee jaar lang tenminste 70 procent van het loon door te betalen aan de zieke werknemer. De kosten van loondoorbetaling kunt u verhalen op de veroorzaker van de arbeidsongeschiktheid. Door een aanpassing van de Wet Uitbreiding Loonbetalingsverplichting Bij Ziekte (WULBZ) kunt u nu ook de kosten van reïntegratie verhalen. Dat kan met een terugwerkende kracht van vijf jaar.

8. Partnertoeslag AOW vervalt vanaf 2015 (alle belastingplichtigen)
Bereikt u de leeftijd van vijfenzestig jaar dan ontvangt u een AOW-pensioen. Is uw partner nog geen vijfenzestig en heeft hij of zij geen of weinig eigen inkomen dan heeft u recht op een partnertoeslag. Vanaf 1 januari 2015 vervalt de partnertoeslag. Bent u op of na 1 januari 1950 geboren en is uw partner bijvoorbeeld twee jaar jonger, dan ontvangt u samen twee jaar lang alleen uw AOW-pensioen. Omdat maar weinig mensen op de hoogte zijn van deze afschaffing start Staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid binnenkort met een informatiecampagne. Op die manier kunnen mensen zich tijdig voorbereiden en eventueel maatregelen, zoals extra sparen, nemen.

9. Autodealers (Werkgevers)
Heeft u een onderneming in de autobranche? En maken uw werknemers afwisselend gebruik van auto's van u als werkgever? De afgelopen jaren bestond er, als u autodealer was, een zogenaamde 'Autodealerregeling' om de catalogusprijs op een praktische manier vast te stellen. Er is al diverse keren aangekondigd dat deze regeling zou verdwijnen. Volgens informatie van de Bovag en de Belastingdienst zal de autodealerregeling echter nog tot 1 januari 2009 doorlopen. Daarna komt een nieuwe regeling gebaseerd op het daadwerkelijk gebruik van de auto’s. Deze regeling geldt niet alleen voor autodealers maar voor iedereen werkzaam in de autobranche. Op de website van de Belastingdienst vindt u meer informatie over toepassing van de nieuwe regeling in de zogenaamde 'Handreiking bijtelling privégebruik auto voor de autobranche'.

10. Waardering tweede woning in box 3 (alle belastingplichtigen)
Bent u in het bezit van een tweede woning dan moet u de waarde hiervan opgeven in box 3. Staat de woning u in belangrijke mate zelf ter beschikking, dan mag u uitgaan van de WOZ-waarde. In box 3 geeft u altijd de waarde aan op 1 januari (begindatum) en op 31 december (einddatum). Voor de tweede woning moet de waarde op de begindatum gelijk zijn aan de WOZ-waarde die u heeft gehanteerd op de einddatum van het voorgaande jaar.

11. BTW-vrijstelling medische diensten verder beperkt (Ondernemer, alle belastingplichtigen)
Heeft u rugklachten en gaat u hiermee naar een chiropractor dan bent u vanaf volgend jaar 19 procent duurder uit. Met ingang van 2009 zijn de diensten door osteopaten, pedagogen en chiropractoren namelijk belast met btw. Dit komt omdat de opleidingseisen van deze beroepen niet vastliggen in de Wet BIG (Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg). Ook de praktijkondersteuner die niet in loondienst werkt en de niet-BIG psycholoog is niet langer vrijgesteld van btw.

12. Vrijstelling sportorganisaties in successiewet (alle belastingplichtigen)
Over het geld dat een sportvereniging ontvangt van donateurs is de vereniging vaak schenkings- en successierecht verschuldigd. Vanaf volgend jaar is een verkrijging door een vereniging of stichting die sportbeoefening ten doel heeft, volledig vrijgesteld voor het successie- en schenkingsrecht. De vereniging of stichting moet dan wel aangesloten zijn bij een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen landelijke sportorganisatie.

Terug naar boven | Terug naar Nieuws

Nieuwsbrieven | Tips & Adviezen

Nieuwsbrieven van uw SRA - Kantoor

Archief

Krijg het laatste nieuws direct in uw inbox!

Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze site de uiterste zorg is nagestreefd, wordt iedere aansprakelijkheid uitgesloten voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op of via deze site (links) beschikbaar is.

Although at composing the contents of this site the extreme care has been pursued, every liability is excluded for inadequacies, incompletions and possible impact of acting on the basis of information which is on or by means of this site (links) available.

Terug naar boven